Productie van verbrandingsmotoren omlaag, prijzen omhoog: de nieuwe Europese baas van Stellantis, Jean-Philippe Imparato, heeft de toekomst van de verbrandingsmotoren van het merk geschetst. Het komt er in het kort op neer dat de productie van elektrische auto’s moet worden verdubbeld en dat er juist mindder modellen met een verbrandingsmotor moeten rollen.
De nieuwe COO (Chief Operating Officer) van Stellantis voor Europa, Jean-Philippe Imparato, spreekt een paar dagen na zijn aantreden al duidelijke taal. Onderwerp: De dreiging van boetes die vanaf 2025 aan ‘Brussel’ moeten worden betaald. Stellantis wil dit tegengaan met een drastische herstructurering van de huidige strategie.

Vanaf 2025 moeten autofabrikanten voldoen aan een CO₂-limiet van 93,6 gram/km voor hun gehele wagenpark dat in de Europese Unie wordt verkocht. Elke gram daarboven wordt beboet met een belasting van 95 euro per auto.
Het is duidelijk dat autofabrikanten in Europa binnenkort te maken zullen krijgen met betalingen van tientallen miljarden aan ‘Brussel’ als zij hun huidige gamma en verkoopondersteuning handhaven. In Duitsland, de belangrijkste automarkt van Europa, bedroeg de gemiddelde CO₂-uitstoot van alle nieuw geregistreerde auto’s in september 112,8 gram/km. Dat betekent een enorm boetebedrag, tenzij met een andere verkoopmix de gemiddelde emissiewaarde fors kan worden verlaagd.
Volgens Imparato (foto) wil de Stellantis Group dit dilemma vermijden door modellen met een verbrandingsmotor kunstmatig duurder te maken met als doel op die manier de verkoop van elektrische auto’s te vergroten. Tegelijkertijd moet de productie van voertuigen met een benzine- of dieselmotor worden verminderd.
De Europese Commissie gaat in haar berekeningen voor elektrische auto’s over het algemeen uit van een fictieve CO₂-uitstoot van 0 gram/km. Dit betekent dat één exemplaar de emissie van ruim 95 gram/km voor gemiddeld 5 tot 6 benzineauto’s kan compenseren.
Volgens Imparato is Stellantis van plan de verkoop van elektrische auto’s uit te breiden tot 24 procent van het totale aantal exemplaren dat door de merken van de groep wordt verkocht. Dit betekent een verdubbeling van de tot nu toe gerealiseerde verkoopcijfers van emissievrije modellen bij Stellantis. Naast de gerichte vermindering van de productie van auto’s met een verbrandingsmotor en prijsstijging voor dergelijke modellen, wil Stellantis haar dealers voorzien van nieuwe premie- en bonusprogramma’s voor alle medewerkers die bij de verkoopactiviteiten betrokken zijn, als stimulans om klanten aan te moedigen een elektrische auto te kopen.
In deze context wordt ook duidelijk waarom Stellantis zo hard aandringt op haar nieuwe joint venture met de elektrische autofabrikant Leapmotor. Met elk elektrisch voertuig dat in Europa wordt verkocht, kan het Chinese merk binnen de groep voor het gehele netwerk aan merken bijdragen aan reductie van de gemiddelde emissie tot onder de CO₂-grenswaarden. Stellantis biedt bijvoorbeeld de kleine elektrische auto Leapmotor T03 aan voor een weggeefprijs. Dit laatste woord kan je letterlijk geven, want het doel is om zo veel mogelijk exemplaren van dit vehikel te verkopen. Niet zozeer om Leapmotor stevig in het zadel te zetten in Europa, maar om de andere merken van Stellantis enige bewegingsvrijheid te geven bij de verkoop van modellen met een verbrandingsmotor.
Voordat Stellantis miljarden euro’s aan boetes aan ‘Brussel’ gaat betalent, wil het bedrijf dus liever het aanbod van verbrandingsvoertuigen kunstmatig verminderen. In de toekomst zullen er in combinatie met elektrische auto’s slechts zoveel benzine- en dieselmodellen worden gebouwd als de CO₂-limiet toelaat. Tegelijkertijd wordt verwacht dat de verkoop van elektrische modellen zal verdubbelen. Nieuwe bonusprogramma’s voor dealers en mogelijke prijsverhogingen voor modellen met een benzine- of dieselmotor zullen daar bij moeten helpen.
