Nieuwe auto’s worden steeds duurder en zijn inmiddels voor 2 van de 3 Nederlanders onbetaalbaar. Gemiddeld gaat het om een 30 procent prijsstijging in 5 jaar tijd, zo blijkt uit onderzoek van AutoTrack. Veel mensen kiezen hierdoor tegenwoordig voor een occasion.
Vorig jaar werden er in Nederland in totaal 1,39 miljoen gebruikte auto’s verkocht, tegenover bijna 370.000 nieuwe exemplaren. Dat is een verschil van meer dan 1 miljoen stuks. Verklaring voor de populariteit van een tweedehandsauto is de gestaag stijgende prijs van nieuwe exemplaren.
In 2022 kostte een nieuwe en een tweedehands auto respectievelijk 43.006 euro en 22.075 euro. Een jaar later waren de prijzen gemiddeld 46.235 euro en 23.641 euro. Dit jaar zijn de prijzen van nieuwe auto’s flink doorgestegen naar 48.118 euro, maar voor een tweedehands exemplaar ben je nauwelijks meer geld kwijt dan in 2023, namelijk 23.736 euro.
De prijsstijging van nieuwe personenwagens kan niet alleen door de inflatie, die sowieso veel producten duurder heeft gemaakt, worden verklaard, maar ook door de veiligheidssystemen die dit jaar door de Europese Unie verplicht zijn gesteld. Voorbeelden zijn het on-call systeem (waarbij de auto automatisch belt naar de alarmcentrale in het geval van een ongeluk) en een rijbaan assistent die waarschuwt las men over een wegstreep rijdt zonder de richtingaanwijzer te gebruiken. Ook snufjes als een automatisch piepje dat te horen is als men te hard rijdt, kosten autofabrikanten extra geld. Nieuwe auto’s moeten, om aan die veiligheidsregels te voldoen, nu allemaal bijvoorbeeld een camera hebben. Dat maakt ze flink duurder.
Ook milieuregels spelen een rol. De uitstoot van schadelijke stoffen moet verder dalen, waardoor een auto voorzien moet worden van filters en katalysatoren. Door veel nieuwe technologieën worden auto’s steeds zuiniger, maar daardoor worden ze ook duizenden euro’s duurder.
Wat ook meespeelt, is dat veel kleine en relatief goedkope auto’s uit productie zijn genomen. Het loont voor fabrikanten bijna niet meer om zogeheten A-segment modellen, zoals de Citroën C1 of Volkswagen Up, te bouwen. Dat zij niet langer in productie zijn, komt ook doordat veel van de verplichte veiligheidssystemen, zoals camera’s, vaak niet in kleine auto’s passen. Een voorbeeld is de Mitsubishi Space Star. Dat model werd onlangs uit productie genomen en is nu alleen nog maar uit voorraad leverbaar. Wie nu een nieuwe Mitsubishi wil, dient een Colt aan te schaffen. Die heeft een 5.005 euro hoger prijskaartje.
Het is niet zo dat de autoconsument geen goedkoop en klein model meer wil. Elders in Europa is de Dacia Sandero razend populair, en bij ons behoort de Kia Picanto tot de best verkochte nieuwe auto’s . Kijken we specifiek naar het laatste model, dan zien we dan een occasion exemplaar een stuk minder kost. Gemiddeld scheelt het tussen de 30 en 40 procent. Dat is voor veel Nederlanders reden zich te oriënteren op de tweedehandsmarkt. Zij kunnen dat in het geval van Kia redelijk straffeloos doen omdat dit merk een relatief lange garantie biedt.
