Met versoepeling van de emissienormen, investeringen die Europese productie van batterijen mogelijk moeten maken en strengere regels voor niet-Europese autofabrikanten die hier een fabriek willen openen, wil men in Brussel de worstelende Europese auto-industrie de helpende hand reiken.
Bovengenoemde maatregelen staan in het actieplan van de Europese Commissie voor onze auto-industrie en volgen na gesprekken met voorzitter Ursula von der Leyen. De auto-industrie is met 14 miljoen banen en 7 procent van het bruto binnenlandse product van de EU belangrijk voor Europa. Maar het bevindt zich nu op een kantelpunt. Er is momenteel niet alleen een wedstrijd gaande op het gebied van elektrische mobiliteit maar ook wie als eerste in staat is om een volledig zelfstandig rijdende auto op de markt te brengen. Niet alleen op bedrijfsniveau, maar ook tussen Europa, China, Japan en de Verenigde Staten. En misschien hoort India ook wel in dit rijtje thuis. Los van toekomstige uitdagingen is de Europese auto-industrie in een felle concurrentiestrijd verwikkeld geraakt met China.
Met name als het gaat om batterijen voor elektrische auto’s wil Von der Leyen Europese productie gaan promoten met als doel om de strategische afhankelijkheid van China te verminderen, Nadat eerder al 3 miljard euro van het innovatiefonds was vrijgemaakt voor de productie van batterijen, komt daar nu nog eens 1,8 miljard euro bij. De batterij is doorgaans goed voor 30 tot 40 procent van de waarde van een elektrische auto. De geldinjectie moet de Europa niet alleen minder afhankelijk maken van de import van batterijen uit Azië, maar stimuleert indirect ook de vergroening van de auto-industrie.
Von der Leyen wil niet alleen voor wat betreft de productie van batterijen minder afhankelijk worden van andere landen, maar er ook voor zorgen dat Europa in de race blijft voor wat betreft de ontwikkeling van zelfstandig rijdende voertuigen. Hiertoe zal 1 miljard euro aan onderzoeksbudget worden vrijgemaakt, zo laat eurocommissaris Apostolos Tzitzikostas (Duurzaam Transport), die het actieplan mede presenteerde, weten.
In Brussel heeft men geconstateerd dat Chinese autofabrikanten de extra importheffing op elektrische modellen proberen te omzeilen door alhier fabrieken te openen. Vaak gebeurt dat in landen als Turkije (dat formeel niet eens tot Europa behoort, maar alleen een handelsdeal met de EU op zak heeft) of aan de leiband van de Russische president lopende lidstaten al Hongarije. Von der Leyen wil kritischer laten kijken naar dit soort investeringen: “Wij moeten er voor zorgen dat buitenlandse investeringen bijdragen aan de toekomstige concurrentie kracht van de Europese industrie. Het verplicht aangaan van joint ventures met Europese sectorgenoten en een quotum voor senior managers kunnen onderdeel gaan uitmaken van de plannen.
Voor de Europese fabrikanten zijn versoepeling van de emissienormen echter het meest acuut. De branche dreigt die voor dit jaar te missen omdat de verkoop van elektrische auto’s vorig jaar op belangrijke markten als Duitsland en Frankrijk daalde, waardoor er boetes ter hoogte van 15 miljard euro dreigen. In Brussel is nu besloten dat de fabrikanten 2 jaar uitstel krijgen. Indien het doel voor dit jaar wordt gemist, kan dat worden gecompenseerd door in 2026 of 2027 meer elektrische auto’s te verkopen. Pas daarna wordt de balans opgemaakt.
ACEA, de in Brussel gevestigde lobbyclub van de Europese auto-industrie, noemt het een “pragmatische stap in de goede richting”, maar had liever 5 jaar uitstel gehad. Het is echter de vraag of het plan voor versoepeling van de emissienormen het überhaupt haalt in het Europese parlement want centrum-linkse partijen zijn hoogst ongelukkig met de ingreep. Ook Volvo is mordicus tegen. “Dit plan maakt fabrikanten die achterblijven tot winnaars”, aldus een woordvoerder.
