Met uitzondering van het repertoire van Tesla en de Ford Mustang (Mach-E) vinden Amerikaanse auto’s nauwelijks hun weg naar Europa. Maar dat heeft niets te maken met de handelsbarrières van de Europese Unie, zoals de Amerikaanse president Donald Trump beweert.
Amerikaanse fabrikanten bouwen over het algemeen geen auto’s die geschikt zijn voor Europa. Die constatering krijg bijval van de Duitse hoogleraren Stefan Bratzel en Ferdinand Dudenhöffer. In een interview leggen de 2 kenners van de auto-industrie de vinger op de zere plek: Amerikaanse autobouwers slagen er gewoon niet in om te voldoen aan de behoefte van de Europeaanse klanten”, zegt Bratzel, die het onafhankelijke onderzoeksinstituut Center for Automotive Research oprichtte. De enige uitzondering op dat vlak zijn dus Tesla en, voor wat betreft 2 modellen, Ford.
De redenen daarvoor zijn volgens beide experts heel simpel: Amerikaanse auto’s zijn te groot en veel te onzuinig. De hier afgebeelde Lincoln Navigator is daar een goed voorbeeld van. Dudenhöffer, emeritus hoogleraar automotive en economie: “Een auto met 8 cilinders zonder een vorm van hybride techniek en een verbruik van 1 op 7 is hier gewoon onverkoopbaar”. Met name in Nederland, want een dergelijke benzineconsumptie levert minimaal een emissiewaarde van 320 gram/km op. Dat betekent een enorm bedrag aan BPM. En het hoge gewicht zorgt er voor dat de MRB ook niet misselijk is.
Een andere reden waarom wij geen Amerikaanse auto’s kopen, is dat General Motors zich vrijwel helemaal teruggetrokken heeft van de Amerikaanse markt. Ooit had deze fabrikant in de vorm van de Chevrolet modellen Bolt en Volt een 2-tal toekomstbestendige modellen in het assortiment, maar als het aankomt om door te zetten als het verkoop technisch even tegen zit, dan is de generaal liever lui dan moe. Ford maakt echt wel werk van de Mustang en Mustang Mach-E, maar beide modellen zijn te duur voor de gemiddelde Europeaan. Dat geldt ook voor het Amerikaanse gamma van Jeep.
