BMW, Mercedes en de Volkswagen Groep voeren naar verluidt discrete gesprekken met Washington om te onderhandelen over een mogelijke overeenkomst over de importtarieven op auto’s die in de Verenigde Staten verkocht worden. De regering-Trump wil die fors gaan verhogen.
Duitse autofabrikanten, die het meest getroffen worden door de Amerikaanse verhoging van de importtarieven op auto’s, hebben besloten hun zaak rechtstreeks bij de Trump-regering te bepleiten. Dit staat in schril contrast met de aanpak die de Europese Commissie voorstaat. Die wil momenteel namens de 27 lidstaten met de Verenigde Staten onderhandelen over deze kwestie.

BMW, Mercedes en de Volkswagen Groep hebben echter groot gelijk. In Brussel wordt veel gepraat, maar iets voor elkaar krijgen ho-maar. Het beleid ten aanzien van de importtarieven van landen buiten de Europese Unie is zo mogelijk nog ineffectiever dan de manier waarop de overlast van asielzoekers die geen enkele kans maken op een verblijfsvergunning moet worden aangepakt.
Ondanks de afschaffing van de douanerechten die de Amerikaanse overheid heeft opgelegd door het Hof voor Internationale Handel in New York, blijven sectorale heffingen op auto’s, staal en aluminium van kracht. Dit betekent dat buitenlandse autofabrikanten nog steeds onderworpen zijn aan 25 procent invoerrechten op auto’s die naar de Verenigde Staten worden geëxporteerd. Dat is de grootste afzetmarkt voor BMW, Mercedes en de Volkswagen Groep.
Deze ‘club van drie’ is nu vastbesloten om hun zaak te bepleiten. Zelfs als dat betekent dat ze het alleen moeten doen, want vanuit Brussel verwachten zij geen enkele concrete en effectieve steun. Het Duitse initiatief leidt evenwel tot kinnesinne in Frankrijk, dat gewend is om het Europese beleid naar zijn hand te zetten. Onder de voormalige Duitse bondskanselier, de timide Olaf Scholze, lukte dat aardig goed, maar zijn opvolger Friedrich Merz is uit heel ander hout gesneden en laat zich de kaas niet van het brood eten door de Fransen.
Van gejeremieer dat de toch al zwaar onder druk staande Europese solidariteit op autoproductie gebied nu nog verder onderuit wordt gehaald, trekken BMW, Mercedes en de Volkswagen Groep zich weinig aan. Anders dan onze premier Dick Schoof laten zij zich niet intimideren door wetten die op dubieuze wijze in Brussel tot stand zijn gekomen en waaraan het schimmig opererende Europese Hof de lidstaten van de Europese Unie wil houden.
Men kan het dus niet kwalijk nemen dat BMW, Mercedes en de Volkswagen Groep hun eigen hachje proberen te redden. Om in de gunst te komen bij de wispelturige Amerikaanse president, zijn de drie Duitse autofabrikanten discreet in gesprek gegaan met het ministerie van Handel van de Verenigde Staten. Ze vragen om een verlaging of zelfs vrijstelling van de invoerrechten op hun auto’s in ruil voor uitbreiding van hun Amerikaanse productiecapaciteit.
Mercedes heeft aangekondigd dat zij de productie van haar GLC vanaf 2027 zal verplaatsen naar haar fabriek in Tuscaloosa, Alabama. BMW is van plan de capaciteit van haar fabriek in Spartanburg, South Carolina, met 80.000 auto’s te verhogen. Tot slot heeft Audi, dat geen productiefaciliteiten in Noord-Amerika heeft, onlangs via Oliver Blume, CEO van de Volkswagen Group, in een interview met de krant Frankfurter bevestigd dat het van plan is een fabriek in de Verenigde Staten te bouwen.
Als onderdeel van deze onderhandelingen zouden de 3 Duitse autofabrikanten desnoods bereid zijn om geen directe verlaging van de invoerrechten op hun modellen te accepteren, maar in plaats hiervan hun toevlucht moeten nemen tot een subtiel handelssysteem. BMW, Mercedes en VW zouden dab profiteren van kortingen op auto’s die vanuit de Verenigde Staten worden geëxporteerd. De waarde daarvan wordt vervolgens van de invoerheffing afgetrokken. Dit is een manier van Trump en zijn regering om druk op BMW, Mercedes en de Volkswagen Groep uit te oefenen om meer op Amerikaanse bodem te produceren.
Dus minder auto’s elders (lees: in Europa) produceren? Het drietal fabrikanten heeft zich tot nu toe onthouden van commentaar op mogelijke onderhandelingen met de Amerikaanse overheid.
