In Utrecht rijden sinds deze week de eerste elektrische auto’s die kunnen helpen om overbelasting van het stroomnet tegen te gaan. De betreffende personenwagens kunnen niet alleen op gunstige momenten opladen, maar ook stroom uit hun batterijen terug leveren aan het net.
Laadpaalbedrijf WeDriveSolar experimenteert al 10 jaar met de hiervoor benodigde technologie. Nu zijn de kinderziektes eruit en is het volgens het bedrijf tijd voor een grootschalige inzet. Het startschot werd woensdag gegeven, samen met de gemeente Utrecht, autofabrikant Renault en deelautobedrijf MyWheels.
Er rijden in Utrecht nu 50 deelauto’s rond die gebruikmaken van de zogeheten vehicle-to-grid-technologie (V2G). Die kunnen worden geparkeerd bij laadpalen die speciaal voor de technologie zijn gemaakt. Over anderhalf jaar moet het aantal slimme stekkerauto’s in Utrecht zijn gegroeid tot 500.
De deelauto’s zullen hun accu’s nooit helemaal laten leeglopen, zo benadrukt MyWheels. Het blijft dus mogelijk om spontaan in een deelauto te stappen. Als een auto is gereserveerd, zorgt het systeem ervoor dat de batterij bij vertrek vol is.
In de gemiddeld 16 uur per dag dat de deelauto niet wordt gebruikt, maakt hij deel uit van een ‘virtuele elektriciteitscentrale’. Hij gaat opladen als de stroomprijzen laag zijn (meestal als de zon schijnt) en ontlaadt als elektriciteit juist duur is. Ook kan de netbeheerder de batterijen tegen vergoeding inzetten om overbelasting van het net te voorkomen.
Met de nieuwe technologie zijn de deelauto’s van MyWheels niet alleen meer een vervoersmiddel, maar “rijdende buurtbatterijen”, zegt directeur Laurens van de Vijver. “Ik ben heel trots dat dat hier in onze achtertuin ontstaat”. MyWheels ziet het Utrechtse laadproject als opmaat tot een veel grotere inzet van de technologie. Later dit jaar zijn Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven aan de beurt.
Volgens Van de Vijver zijn veel gemeenten enthousiast omdat zij nu vaak tegen de grenzen van het stroomnet aanlopen. In Utrecht dreigen nieuwbouwwijken geen aansluiting meer te kunnen krijgen, of ze moeten het doen met een beperkte capaciteit. Bijvoorbeeld in de nieuwe wijk Beurskwartier. “Dat kun je oplossen met een grote batterij die je bij Tesla kan bestellen. Die kost een paar miljoen”, zegt Matthijs Kok van de gemeente Utrecht. “Maar er komen ook 150 deelauto’s, want het is een autoluwe wijk zonder privéautobezit. Als je die allemaal inzet als batterijbuffer, heb je die stationaire batterij niet nodig. Je gebruikt minder materiaal, want die auto’s heb je toch al. Het is een win-win aan alle kanten, maar we moeten het wel regelen met elkaar”.
Experts zien slimme stekkerauto’s al langer als een manier om de nijpende problemen op het stroomnet tegen te gaan en om meer groene energie nuttig te gebruiken. De komende jaren komen er steeds meer thuisbatterijen en grootschalige batterijparken die overtollige zonnestroom opslaan en kunnen bijspringen als er tijdens piekuren veel vraag naar elektriciteit is. Stekkerauto’s zouden dat ook kunnen doen, maar hebben nu meestal nog niet de mogelijkheid om ‘bi directioneel’ te laden.
Renault voegt die mogelijkheid nu wel standaard toe aan zijn elektrische auto’s. Volgend jaar wil de automaker het ook voor Nederlandse consumenten mogelijk maken om een elektrische auto als thuisbatterij te gebruiken. Daarvoor moet dan wel een speciale laadpaal worden aangeschaft.
In de toekomst kunnen slimme auto’s door het hele land een forse bijdrage gaan leveren aan de stroomvoorziening op piekuren, denkt Baerte de Brey van ElaadNL, een kenniscentrum van de Nederlandse netbeheerders. De miljoen stekkerauto’s die nu rondrijden staan gelijk aan een vermogen van 10 gigawatt: 6 grote kolencentrales. “Dat is nu nog niet beschikbaar voor vehicle-to-grid. Maar als over een aantal jaar veel exemplaren van de Renault 5 E-Tech verkocht zijn (en ook Kia, Hyundai, Polestar en Tesla leveren V2G dan standaard, dan krijg je in potentie wel enorme volumes”, aldus De Brey.
