Stellantis, de Frans-Italiaanse autofabrikant, sluit mogelijk fabrieken om te voorkomen dat de Europese Unie hoge boetes oplegt voor het niet halen van strenge CO2-emissiedoelstellingen. Dat heeft Jean-Philippe Imparato, de eerste man van Stellantis in Europa, laten weten.
De Europese Unie verplicht autofabrikanten om de verkoop van elektrische voertuigen te verhogen met als doel de CO2-uitstoot te verminderen. Die maatregel is in lijn met de inspanningen om klimaatverandering tegen te gaan. Autofabrikanten die de strengte CO2-emissiedoelstellingen niet halen, riskeren forse boetes, Op basis van de gemiddelde emissiewaarde van nieuwe auto’s die in het tijdvak 2025 tot 2027 verkocht gaan worden, dreigt Stellantis boetes te krijgen tot 2,5 miljard euro. Imparato omschrijft de doelstellingen echter als “onhaalbaar”.
Stellantis moet ofwel de verkoop van elektrische auto’s verdubbelen (een “onmogelijke” prestatie, aldus Imparato) ofwel de productie van voertuigen met een verbrandingsmotor (ICE), oftewel benzine- en dieselmodellen, drastisch terugdringen om de energiemix van zijn wagenpark te verbeteren. “Ik heb 2 oplossingen: of ik ga er helemaal voor elektrisch óf ik sluit fabrieken waar ICE-voertuigen van de band rollen”. Imparato stelt, verwijzend naar de bestelwagenfabriek in het Italiaanse Atessa, dat hij inmiddels beleid maakt op basis van dit dilemma.
Deze tweeledige keuze onderstreept de operationele en economische uitdagingen waarmee autofabrikanten worden geconfronteerd bij de overstap naar elektrificatie onder strakke deadlines. De dreiging van fabriekssluitingen maakt de worsteling van de sector om de productie van elektrische auto’s op te schalen te midden van beperkingen in de toeleveringsketen, hoge batterijkosten en een tegenvallende consumentenvraag duidelijk. Stellantis zou de investeringen in de productie van elektrische auto’s kunnen versnellen, maar dat brengt het risico van banenverlies met zich mee, evenals een verminderde productie van betaalbare ICE-voertuigen, wat mogelijk gevolgen heeft voor inwoners op het platteland waar laadpalen schaars zijn. Die groep autoconsumenten is afhankelijk van traditionele modellen. Flexibiliteit in de regelgeving, waarvoor de sector met succes heeft gelobbyd om boetes uit te stellen tot 2027, biedt tijdelijke verlichting, maar lost de onderliggende uitdaging van het behalen van ambitieuze emissiedoelstellingen niet op.
Zonder wetswijzigingen tegen het einde van het jaar zou Stellantis kunnen kiezen voor drastische maatregelen en daarmee zijn Europese activiteiten hervormen. Voor eigenaren en liefhebbers van elektrische auto’s betekent dit een snellere overstap naar elektrische modellen van merken als Opel, Fiat en Peugeot onder de vlag van Stellantis. Een verminderde ICE-productie zou echter de beschikbaarheid van hybride opties kunnen beperken, wat cruciaal is voor markten in transitie. Imparato’s waarschuwing (“wij zullen moeilijke beslissingen moeten nemen”) weerspiegelt de hoge inzet voor autofabrikanten die op deze verschuiving moeten navigeren.
Deze situatie onderstreept de urgentie van de groei van de elektrische-voertuiginfrastructuur, van laadnetwerken tot batterijproductie, om zowel autofabrikanten als consumenten te ondersteunen. Nu Stellantis zich schrap zet voor een mogelijke herstructurering, staat de elektrische-voertuigindustrie voor een beslissend moment in de zoektocht naar een evenwicht tussen innovatie, economische stabiliteit en milieudoelstellingen.
