Het nieuwe kabinet moet het thuis opladen van de auto zoveel mogelijk aan banden leggen. Als dat gebeurt, dan zullen heel veel congestie problemen op het elektriciteitsnet verdwijnen. Als alternatief dienen elektrische auto’s slim en snel op te laden buiten de stad.
“Dan heb je geen laadgoten en stekkers over de straat liggen. Je kunt heel goed buiten de stad of in emissiezones laden”, aldus Martin van Eijk, de nieuwe voorzitter van Drive, de belangenvereniging waar veel pomphouders bij zijn aangesloten. Van Eijk is van mening dat het elektriciteitsverbruik beter gereguleerd moet worden. “Daar kan je voor zorgen door buiten de stad snelle laadpunten te installeren. Doe je dat niet, dan wordt het capaciteitsprobleem tussen 17 en 18 uur, als iedereen thuiskomt en tegelijk inplugt, alleen maar groter”.
Op dit moment verdienen pomphouders nog betrekkelijk weinig geld aan elektrische laadpalen. Dat komt doordat de bij Drive aangesloten leden nog steeds vooral in benzine- en dieselklanten investeren. Daar wordt namelijk het meeste geld mee verdiend. Van Eijk: “Maar als pomphouders meerdere snelle laadpalen installeren, gaat dat een heleboel dingen oplossen. Ook congestieproblemen”.
Steeds meer steden willen tankstations weren. Van Eijk vindt dat niet slim omdat pomphouders onderdeel zijn van de energietransitie. Zij zijn immers de uitgelezen partij om voor de laadpunten te zorgen: Als tankstations ook laadmogelijkheden gaan aanbieden, kan de transitie naar elektrische mobiliteit veel makkelijker verlopen.
