Autofabrikant JLR (met als divisies Defender, Discovery, Jaguar en Range Rover) schrapt in het Verenigd Koninkrijk tot 500 banen. Het gaat daarbij vooral om managementfuncties. De betreffende werknemers krijgen een vrijwillige vertrekregeling aangeboden. Volgens JLR gaat het om 1,5 procent van het Britse personeelsbestand.
Volgens de Britse autofabrikant, dat eigendom is van het Indiase Tata Motors, staat de verkoop onder zware druk door de Amerikaanse importheffingen. In het afgelopen kwartaal verkocht het bedrijf ruim 15 procent minder auto’s. Deze daling was het gevolg van een tijdelijke stopzetting van de export naar de Verenigde Staten en het afbouwen van voorraden oude Jaguar modellen. Het is de bedoeling dat de laatste divisie in 2026 een nieuwe start maakt met een vers gamma.
In april kondigde de Amerikaanse regering van Donald Trump aan een extra invoertarief van 25 procent op auto’s te zullen heffen, in een poging de binnenlandse autoproductie te stimuleren. Sindsdien hebben de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk een overeenkomst gesloten waarbij een verlaagd tarief van 10 procent wordt toegepast op de eerste 100.000 in Groot-Brittannië geproduceerde auto’s die jaarlijks naar Amerikaanse klanten worden geëxporteerd.
Je zou denken dat daarmee de druk van de ketel is. Dat de verkopen desondanks niet aantrekken, wijst er op dat er iets anders aan de hand is. Zo kan het goed zijn dat de Amerikaanse consument zijn conclusies getrokken heeft na de aanhoudend slechte scores in onderzoeken naar klanttevredenheid en betrouwbaarheid van automodellen. Met name Land Rover scoort steevast slecht in dergelijk onderzoek. Verder helpt het uit productie nemen van alle Jaguar modellen natuurlijk ook niet.
