Stellantis, het moederbedrijf van automerken als Alfa Romeo, Chrysler, Citroën, Fiat, Jeep, Opel, Peugeot en Ram, gaat de komende vier jaar 13 miljard dollar (11,2 miljard euro) investeren in de Verenigde Staten. Het concern wil daarmee zijn activiteiten op deze cruciale markt herstellen en de impact van Amerikaanse invoerheffingen beperken.
Het gaat om de grootste investering in de meer dan 100-jarige geschiedenis van Chrysler. Volgens Stellantis kan de jaarlijkse autoproductie met de helft worden verhoogd door de uitbreidingsplannen. Het totale bedrag omvat investeringen in onderzoek, in de ontwikkeling van nieuwe modellen, steun aan toeleveranciers en de uitbreiding van de fabrieken.

Het plan is de meest ambitieuze poging van Stellantis tot nu toe om de verzwakte marktpositie van de geplaagde autofabrikant op haar Amerikaanse thuismarkt te herstellen. Het bedrijf verloor daar de afgelopen 2 jaar veel terrein door een verouderd aanbod aan modellen. “Wij willen groeien in de Verenigde Staten met modellen die in eigen land worden gebouwd”, zei topman Antonio Filosa (foto) in een toelichting. “Wij delen de doelstelling van onze president om banen terug te brengen naar de Verenigde Staten. Dat doen we nu en dat zullen wij blijven doen”. Dat klinkt stoer, maar Canada, waar Stellantis diverse Jeep modellen laat bouwen, heeft laten weten dat zij Stellantis voor de rechter zal slepen als er daadwerkelijk productie verplaatst gaat worden.
Volgens Stellantis levert het plan meer dan 5000 nieuwe banen op in fabrieken in de staten Illinois, Ohio, Indiana en Michigan. Filosa denkt dat het toeleveranciers zal aanzetten tot meer te gaan produceren in de Verenigde Staten, wat volgens schattingen tot 20.000 extra banen kan leiden.
