De Europese Commissie komt Volkswagen tegemoet met betrekking tot de invoerrechten op elektrische auto’s uit China. Het model Tavascan van Cupra, dat wordt gebouwd in de Volkswagen fabriek in Anhui, China, zal in de toekomst worden vrijgesteld van invoerrechten. De Europese Commissie heeft hierover dinsdag een besluit genomen.
De Europese Commissie heeft met Volkswagen-dochter Seat overeenstemming bereikt over onder meer een minimum prijs en maximale invoerhoeveelheden voor het model. Een woordvoerder van Seat verklaarde dat het bedrijf de acceptatie van de voorstellen van Seat en Cupra door de Commissie verwelkomde. De Tavascan is een Europees project, ontwikkeld in Europa en geproduceerd in China in een fabriek die voor het grootste deel in handen is van Volkswagen. Cupra is een merk van Seat.
Volkswagen onderhandelt al enige tijd met de Europese Commissie over importheffingen. Tot nu toe moest het bedrijf 20,7 procent importheffing betalen voor de Tavascan, bovenop de algemene invoerrechten van 10 procent op alle buitenlandse voertuigen. In januari presenteerde de Commissie haar voorstellen voor minimumprijzen, bedoeld om de effecten van Chinese subsidies te compenseren. Deze maatregelen zijn ook bedoeld om prikkels te creëren om te voorkomen dat importheffingen worden omzeild door bijvoorbeeld hybride modellen te importeren.
De antidumpingheffingen zijn van kracht sinds eind 2024 en bedragen maximaal 35,3 procent. De Europese Commissie wil de Europese auto-industrie beschermen tegen een overvloed aan goedkope elektrische auto’s van Chinese fabrikanten zoals BYD, Geely en SAIC.
Naast Volkswagen importeert ook BMW elektrische auto’s uit China naar de Europese Unie. Het gaat daarbij om de Mini Aceman en om de Mini Cooper. Mercedes exploiteert samen met Geely het merk Smart, wiens modellen allemaal in China worden gebouwd. Een aantal autofabrikanten, waaronder BMW, heeft bij het Europees Hof van Justitie bezwaar aangetekend tegen de invoertarieven.
