De Europese dealers van Stellantis hebben zich middels een brief aan de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, aangesloten bij autofabrikanten en brancheorganisaties die pleiten voor aanvullende wetgevende steun. Aanleiding is de aanhoudende malaise op de Europese automarkt en de in hun ogen ontoereikende versoepeling van de CO2-doelstellingen.
In december presenteerde de Europese Commissie een voorstel waarbij de zero-emissiedoelstelling, die in 20235 van kracht wordt, met 10 procent kan worden verlicht wanneer fabrikanten emissies compenseren met bijvoorbeeld groen staal, synthetische brandstoffen of biobrandstoffen. Volgens de dealers zijn dat slechts lapmiddelen. Er is meer nodig om de vraag naar auto’s in Europa structureel te herstellen.
In de brief schrijven de voorzitters van de Stellantis dealerverenigingen: “Ons distributienetwerk staat voor een ongekende uitdaging”. De Europese automarkt kampt nog altijd met structurele tegenwind. De autoverkoop ligt circa 15 procent onder het niveau van vóór de pandemie. Januari 2026 liet nog geen enkele verbetering zien. Opnieuw was er sprake van een verkoopdaling.
Concreet betekent dit dat er nu enkele miljoenen auto’s per jaar minder verkocht worden dan in 2019. Stellantis was daardoor vorig jaar genoodzaakt om de productie in Frankrijk en Italië tijdelijk stil te leggen. Tegelijkertijd neemt de concurrentiedruk vanuit China toe en blijft de adoptie van elektrische auto’s achter bij de verwachtingen.
Helaas vergeten de dealers van Stellantis de hand in eigen boezem te steken. Zo blunderde het autoconcern met de rentree van Lancia op de Europese automarkt en heeft het bedrijf niet alleen vanwege de PureTech motor een slecht kwaliteitsimago. Nog steeds moeten er regelmatig terugroepacties georganiseerd worden. Het geld dat gemoeid is met het afhandelen van garantieclaims kan nu niet in het versterken van het profiel van merken als Alfa Romeo, Citroën en Opel gestoken worden.
Hoewel Stellantis sinds de aanstelling van een nieuwe CEO (Antonio Filosa in plaats van Carlos Tavares) los lijkt te komen van een beleid dat gekenmerkt werd door ‘penny wise, pound foolish), is er sprake van enig herstel. Maar de dealers vinden de situatie nog broos. En niet iedereen heeft er vertrouwen in dat de herintroductie van diesels het ei van Columbus is. Vandaar dat de Europese dealers nu een gezamenlijke lobby richting Brussel zijn gestart.
De dealers benadrukken dat zij geen principiële bezwaren hebben tegen een emissievrije toekomst. Wel stellen zij dat Brussel realistischer moet kijken naar zaken als koopkracht, consumentenvertrouwen en de daadwerkelijke vraag naar elektrische auto’s. “De Europese Commissie moet de behoeften van consumenten serieus nemen en oog hebben voor de realiteit waarin het distributienetwerk en de fabrikanten vandaag moeten opereren”.
Overigens moet het versoepelingsvoorstel van Von der Leyen c.s. uit december nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement. Het tijdpad voor deze ratificatie is niet bekend. De dealers willen daar evenwel niet op wachten en hebben nu een aantal duidelijke wensen geformuleerd. Zo moeten er extra zogeheten CO₂-credits komen voor in Europa geproduceerde nul- en lage-emissieauto’s, met aanvullende stimulans voor compacte modellen (A-/B-/C-segment; de Europese Commissie werkt aan een vergelijkbaar voorstel, maar beperkt dit vooralsnog tot volledig elektrische voertuigen). Daarnaast pleiten de dealers voor financiële prikkels om het verouderde Europese wagenpark te vernieuwen met nieuwe, schonere voertuigen. Tot slot dringen de dealers aan op invoering van een ‘local content’-benadering via stimuleringsmaatregelen om hogere Europese productiekosten te compenseren. In het kader van de Industrial Accelerator Act wordt gesproken over een eis dat 70 procent van de waarde van een elektrische auto ‘Europees’ moet zijn.
