Iedereen die ooit in een plug-in hybride heeft gereden, weet dat dergelijke auto’s in de praktijk meer benzine verbruiken dan de officiële cijfers doen vermoeden.
Maar pas recentelijk werd duidelijk hoe groot het verschil is: plug-in hybride auto’s verbruiken gemiddeld 4 keer zoveel brandstof als officieel wordt aangegeven, zo blijkt uit een onderzoek van het Fraunhofer Instituut voor Systeem- en Innovatieonderzoek (ISI) en andere organisaties. De milieulobby eist daarom dat er uit het onderzoek consequenties worden getrokken. “Plug-in hybride auto’s zijn een schijnvertoning”, aldus een woordvoerder. “Deze technologie is achterhaald en zou niet gesubsidieerd moeten worden”.
Hybride stekkerauto’s verbruiken dus tot wel 300 procent meer brandstof dan fabrikanten opgeven. Een 6-tal Duitse onderzoeksbureaus, waaronder het bovengenoemde Fraunhofer Institute, bestudeerden de afgelopen jaren Europa-breed de verbruikscijfers van 981.000 plug-inhybride auto’s. Voor het onderzoek werd een groot aantal modellen onder de loep genomen, variërend van populaire auto’s als de Kia Niro Plug-in Hybrid en de Ford Kuga PHEV tot grote en dure modellen als de Porsche Cayenne Turbo S E-Hybrid.
Door de aanwezigheid van een relatief groot accupakket kunnen plug-in hybride auto’s tussen de 30 en 120 kilometer op alleen stroom, dus met uitgeschakelde verbrandingsmotor, afleggen. Het is dus mogelijk om, als men zo’n model vaak aan de stekker hangt, een laag gemiddeld benzine- of dieselverbruik te realiseren. Maar lang niet iedere bestuurder doet dat.
Volgens de onderzoekers rijden vooral mensen met een grote SUV (of een ander luxueus model) nauwelijks op stroom. Die voertuigen verbruiken dan ook tot wel 3 keer meer dan de fabrikanten zelf opgeven. Bestuurders van een compact plug-in hybride model doen het beter. Die leggen tot wel 43 procent van hun kilometers volledig elektrisch af.
Hybride stekkerauto’s verbruiken niet alleen meer brandstof dan de fabrikanten zeggen, ze stoten daardoor ook meer CO2 uit dan uit officiële uitstootcijfers blijkt. De gemiddelde emissiewaarde van een stekkerhybride model is maar liefst 4 keer zo hoog als in de folder staat, zo bleek afgelopen najaar uit een analyse van milieugroep Transport & Environment. De organisatie gebruikte metingen van het Europees Milieuagentschap (EEA) bij honderdduizenden auto’s.
De conclusie sluit aan bij eerdere rapporten van de Europese Rekenkamer en de Europese Commissie. Ook zij concludeerden al dat de uitstoot van plug-in hybride auto’s in de praktijk veel hoger is dan volgens de WLTP meetmethode blijkt.
Voor de Europese Commissie is een en ander reden om wijzigingen door te voeren in de keuringsmethode. Daarbij wordt straks rekening gehouden met het feit dat de elektrische modus veel minder vaak aanstaat. Dat verschil gaat vanaf 2027 gecorrigeerd worden. Althans, als de Europese auto-industrie, die in Brussel hard aan het lobbyen is voor minder strenge uitstootregels, haar zin niet krijgt. Brancheorganisatie ACEA pleit voor het vasthouden aan de oude berekeningswijze.
Lucien Mathieu van Transport & Environment, zegt over het scrupuleloze gedrag van ACEA: “Dit is het perfecte recept voor een schandaal. De auto-industrie vraagt de Europese Unie om de andere kant op te kijken”.
De uitstootberekening heeft grote invloed op de prijs van een auto. In Nederland wordt de bpm berekend op basis van de CO2-uitstoot. Voor een model die een ‘papieren’ uitstoot van 35 gram CO2 heeft, zou vorig jaar 737 euro aanschafbelasting moeten worden betaald. Met de nieuwe rekenmethode komt de bpm vanaf 2027 bijna 7 keer zo hoog uit: 4.985 euro.
