De brandstofprijzen zijn de afgelopen dagen gestegen naar het hoogste niveau sinds het najaar van 2023. Dat geldt voor zowel benzine als diesel. De prijsstijging heeft vooral te maken met de onrust op de wereldmarkt.
Momenteel bedraagt de benzineprijs 2,285 euro per liter en die van diesel 2,080 euro per liter. Het gaat hierbij om landelijke adviesprijzen, waar tankstations van mogen afwijken.
In de praktijk liggen prijzen aan de pomp vaak lager, vooral bij onbemande tankstations. Maar voor bemande tankstations wordt het steeds lastiger om de prijs onder de 2 euro te houden. “Dat heeft te maken met hun kosten en de ligging van het tankstation”, aldus brandstofexpert Derk Foolen van UnitedConsumers. “Blijft de adviesprijs stijgen, dan wordt het zelfs voor onbemande tankstations lastig om de literkosten onder de 2 euro te houden”.
De belangrijkste reden voor de prijsstijgingen is volgens Foolen de steeds hogere olieprijs. “Die ligt nu boven de 70 dollar per vat. In december zaten we nog rond de 60 dollar”.
De wereldwijde politieke en financiële onrust zorgen voor hogere olieprijzen. “Als de geopolitieke spanningen en onzekerheden blijven aanhouden, zie je dat snel terug in de adviesprijzen voor brandstoffen”, zegt Foolen. Zulke onrust wordt bijvoorbeeld veroorzaakt door de Amerikaanse onduidelijkheid over importheffingen en de mogelijke aanval op Iran.
Op 1 januari zorgde een accijnsverhoging al voor hogere brandstofprijzen. Toen ging de accijns op benzine met 5,6 cent omhoog. Het betrof het gedeeltelijk terugdraaien van een korting, die tijdens de energiecrisis in 2022 werd ingevoerd.
