BYD, lange tijd gezien als slechts een Chinese exporteur van auto’s naar de Europese markt, verandert geleidelijk aan van koers. Het in Shenzhen gevestigde bedrijf heeft een aanvraag ingediend bij de Europese Vereniging van Automobielfabrikanten (ACEA); een lobby-organisatie die veel invloed heeft op het mobiliteitsbeleid dat in Brussel door de Europese Unie en het Europese Parlement wordt vastgesteld.
Met deze stap laat BYD zien dat zij een bredere ambitie heeft dan alleen verkopen en bouwen (Hongarije, Turkije) in Europa. Zij wil een belangrijke speler worden op onze automarkt en aan tafel zitten als nieuwe Europese regels worden vastgesteld.
ACEA, de Europese Vereniging van Automobielfabrikanten, heeft zijn kantoor niet toevallig in Brussel. De organisatie vertegenwoordigt de belangrijkste spelers in de sector in gesprekken met de Europese Unie over emissie- & veiligheidsnormen, concurrentievermogen en de energietransitie. Met andere woorden, ze lobbyt bij Europese instellingen. Indien goedgekeurd, zou BYD de eerste Chinese fabrikant worden die lid wordt van ACEA. Dit initiatief bevestigt de groeiende aanwezigheid van het bedrijf op ons continent.
Maar zo onschuldig is het allemaal niet. Er zijn weliswaar reeds diverse Aziatische autofabrikanten lid van ACEA (Honda, Hyundai, Nissan en Toyota), evenals het Amerikaanse Ford en het Indiase Tata Motors, maar die hebben hun thuisbasis in landen met een goed functionerende vrije markteconomie en opereren op afstand van de politieke beleidsmakers. Daarvan is bij BYD geen sprake. Die krijgt vanuit Peking strikte marsorders hoe zij in Europa moet opereren. Zo was er wel goedkeuring voor de bouw van een fabriek in het door corruptie geplaagde Hongarije, maar niet voor Polen, dat een zeer kritische houding heeft ten opzichte van buurland Rusland; een dikke vriend van China.
Ter herinnering: ACEA telt momenteel 17 leden, voornamelijk Europese autofabrikanten: BMW, Mercedes, Renault, Stellantis en Volkswagen. Ook Volvo is lid. Die autofabrikant heeft formeel een Chinese eigenaar, de Geely Groep, maar dat bedrijf heeft laten zien onafhankelijk van Peking strategische beslissingen te nemen.
BYD’s poging om zich bij deze lijst aan te sluiten, komt op een moment dat het bedrijf zijn industriële expansie al versnelt. De groep rondt momenteel de bouw van haar eerste Europese autofabriek in Hongarije af, waar de massaproductie naar verwachting dit jaar van start gaat. Volgend jaar moeten er ook in Turkije auto’s van de band rollen.
Lokaal produceren biedt een dubbel voordeel. Ten eerste wordt de logistieke keten korter en kan het aanbod beter afgestemd worden op de Europese markt. Ten tweede is er minder sprake van blootstelling aan de door de Europese Unie opgelegde tarieven op elektrische auto’s uit China. In de vorige zin kan ook gerust het woord ‘omzeilen’ gebruikt worden. Tegelijkertijd heeft BYD laten zien voor een dubbeltje op de eerste rang te willen zitten. Arbeidsomstandigheden zijn daar de dupe van. Eerst in Brazilië en nu ook in Hongarije bij de bouw van de nieuwe fabriek.
Het BYD-offensief heeft al een aanzienlijke impact. In Europa verkocht het merk in 2025 bijna 186.600 voertuigen, vergeleken met minder dan 50.000 stuks een jaar eerder. Daarmee vertegenwoordigt het bedrijf een van de sterkste groeicijfers in de sector. BYD nadert nu MG, lange tijd de nummer-1 onder Chinese autofabrikanten op ons continent. Anders dan BYD heeft MG niet de totale vernietiging van de Europese autofabrikanten op haar agenda staan.
De doorbraak van BYD op de Europese automarkt is grotendeels te danken aan de Seal U DM-i; een plug-in hybride SUV die de commerciële motor van het merk is geworden. Gevestigde fabrikanten zoals Volkswagen en Stellantis hebben tegenover BYD niet langer te maken met een marginale nieuwkomer, maar met een speler die gestaag marktaandeel weet te veroveren, haar aanbod uitbreidt en haar lokale aanwezigheid sowieso al versterkt.
BYD lijkt hiermee een andere weg in te slaan: een verkoopnetwerk, lokale productie, een breed scala aan modellen en nu dus ook een institutionele aanwezigheid. Het is duidelijk dat de Chinese gigant niet zomaar de wateren in Europa wil testen. De fabrikant streeft naar een langdurige aanwezigheid en wil via ACEA een al te kritische houding van de Europese Unie ten aanzien van Chinese bedrijven zien te voorkomen. Met het ACEA-lidmaatschap in het vooruitzicht, hoewel dat nog onzeker is, laat BYD zien dat ze nu net zoveel invloed op de markt wil hebben als op de discussies die haar regels vaststellen.
Voorlopig is er nog geen officieel tijdschema bekendgemaakt voor de beoordeling van BYD’s aanvraag, maar Autointernationaal.nl geeft bij deze een negatief stemadvies. Tenzij Europese autofabrikanten in China net zo dicht bij het vuur mogen zitten als waar BYD in Brussel naar streeft. Maar dat is natuurlijk niet het geval.
