Jaguar Land Rover (JLR) gaat 4.000 banen schrappen. Reden is dat de grootste autofabrikant van Groot-Brittannië kampt met torenhoge kosten, kelderende verkopen en de dure gevolgen van de Amerikaanse invoerheffingen.
Verder heeft JLR het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt door Jaguar een radicale koerswijziging te laten maken. Het merk heeft alle schepen (lees: de bestaande modellen met verbrandingsmotor en de door Magna Steyr geproduceerde I-Pace) achter zich te verbranden zonder dat er een alternatief klaar stond. Die is er nu wel (in de vorm van een volledig elektrische Grand Tourer; de introductie vindt volgende maand plaats), maar de buitenwereld is sceptisch: deze ‘Jaguar van de toekomst’ is een stuk duurder dan de modellen die het merk tot vorig jaar in de showroom had staan. Bovendien is gebleken dat mensen die zich een auto van royaal meer dan 100.000 euro kunnen veroorloven, liever geen elektrisch model hebben. Zij geven de voorkeur aan een voertuig met een benzinemotor zodat er qua akoestisch genot niks ingeleverd hoeft te worden. Die groep consumenten kan Jaguar nu niet meer bedienen.
Het personeel van het Britse bedrijf, dat in handen is van het Indiase Tata Motors, werd vrijdag laat ingeseind, Maandag volgt naar verwachting de formele aankondiging. Het banenverlies zal over 2 jaar worden gespreid. Verder komt er een vrijwillige vertrekregeling.
JLR heeft in het Verenigd Koninkrijk 34.000 mensen in dienst, verdeeld over 3 fabrieken. Het bedrijf zorgt bovendien voor nog eens 120.000 Britse banen in de toeleveringsketen.
De komende 2 jaar wil JLR omgerekend 2 miljard euro aan kosten besparen. De reorganisatie is een klap voor premier Andy Burnham, die deze zomer aantrad in Downing Street met de belofte om het land te re-industrialiseren en meer werkgelegenheid te creëren.
