De Europese topman van Honda heeft gezegd dat de Japanse autofabrikant een nieuwe productielocatie in de regio zou kunnen openen. Of dat wel of niet gebeurd, is afhankelijk van de uitkomst van onderhandelingen over nieuwe regels in de Europese Unie die lokaal geproduceerde auto’s zouden kunnen bevoordelen.
De fabrikant van modellen als de Civic (foto) is “zeker niet van plan Europa te verlaten”, aldus Hans de Jaeger, president van Honda’s Europese divisie, in een interview op de EICMA-motorbeurs in Milaan.
“Honda zou lokale productie of samenwerking met een andere autofabrikant kunnen onderzoeken”, zegt hij. De Jaeger benadrukt dat een dergelijk plan momenteel niet aan de orde is, maar dat hij hoopt dat de uiteindelijke wetgeving Japan zal erkennen als een betrouwbare partner, gezien de investeringen van Japanse bedrijven in de regio in de afgelopen decennia.
De door de Europese Commissie voorgestelde Industrial Accelerator Act maakt deel uit van een streven om de maakindustrie in de Europese Unie te beschermen en om de strategische afhankelijkheden te verminderen, nu de concurrentie vanuit China toeneemt. De wet zou bepaalde overheidsopdrachten en -subsidies reserveren voor voertuigen die voldoen aan de ‘Made in EU’ eisen, waaronder lokale assemblage en drempelwaarden voor het percentage Europese onderdelen dat gebruikt moet worden om voor deze kwalificatie in aanmerking te komen. Het voorstel moet nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de lidstaten.
Dat vormt een uitdaging voor Honda, dat in 2021 de autoproductie in het Verenigd Koninkrijk en Turkije heeft stopgezet en geen auto’s meer in Europa produceert. Toch maakt ook Toyota, dat in beide landen wel fabrieken operationeel heeft, zich zorgen. Mochten auto’s die in het Verenigd Koninkrijk of Turkije gebouwd worden, niet bestempeld worden als ‘Made in EU’, dan zet dit Japanse autofabrikanten direct op achterstand ten opzichte van de Chinese concurrentie, die over met overheidsgeld (subsidies) gevulde diepe zakken beschikken en daarmee nu in snel tempo productielocaties in de Europese Unie openen. Zelfs Toyota heeft als ’s werelds grootste autofabrikant niet de financiën voor omdat ook deze ‘Westerse’ producent op de door Peking afgeschermde Chinese automarkt alle zeilen bij moet zetten om concurrerend te blijven. Het spreekt voor zich dat ook het wankelende Nissan geraakt gaat worden door de plannen van de Europese Commissie.
Het kan en mag niet zo zijn dat het effect van de ‘Made in EU’ wetgeving is, dat Japanse autofabrikanten onze regionale afzetmarkt uitgedrukt worden terwijl hun Chinese collega’s de lachende derde zijn. Maar in Brussel vindt men het lastig om na de denken over wat de lange termijn gevolgen van haar beleid kan zijn. Het is dus begrijpelijk dat Jaeger dit onderwerp nu aankaart.
In de eerste negen maanden van 2026 werden er in Europa bijna 59.000 Honda-auto’s geregistreerd. Dat is te weinig om de bouw van een fabriek te rechtvaardigen, aldus De Jaeger, hoewel hogere productieaantallen de berekening uiteindelijk zouden kunnen veranderen
