De milieucommissie van het Europees Parlement heeft een voorstel goedgekeurd om het verkoopverbod voor personenwagens met een benzine- of dieselmotoren te versoepelen. Dat meldt een woordvoerder van het Europees Parlement.
De Europese Unie was van plan om de verkoop van nieuwe auto’s met een verbrandingsmotor vanaf 2035 te verbieden. Onder druk van de auto-industrie stelde de Europese Commissie eind vorig jaar echter voor om de doelstelling af te zwakken tot een CO2-reductie met 90 procent. Daarbij moet 10 procent gecompenseerd worden door koolstofarm staal en alternatieve brandstoffen.
De milieucommissie heeft nu echter met 48 stemmen voor, 30 tegen en 2 onthoudingen, ingestemd met een alternatief voorstel, waarbij de uitstoot van nieuwe personenwagens tegen 2035 met 87,5 procent zou moeten dalen ten opzichte van referentiejaar 2021. Eigenlijk gaat het om een daling met 95 procent, tenzij fabrikanten klimaatvriendelijk geproduceerd staal gebruiken. Dan mogen zij nog eens 7,5 procent van de doelstelling afwijken zonder een boete te riskeren.
Kleine of zeer efficiënte elektrische auto’s die in de Europese Unie worden geproduceerd, zouden in het voorstel in aanmerking komen voor zogeheten superkredieten, waardoor zij extra meetellen om de doelstellingen te bereiken.
Rapporteur Massimiliano Salini (EVP) spreekt van “een keerpunt voor de auto-industrie”. Hij geeft de volgende toelichting: “Het blijft mogelijk om auto’s met een verbrandingsmotor te registreren zonder verplichtingen tot compensatie. Wij beschermen de technologische vrijheid en herstellen de vooruitzichten voor de hele toeleveringsketen”.
Het volledige parlement moet in december nog stemmen over het voorstel en ook de lidstaten moeten nog een standpunt innemen, vooraleer de onderhandelingen kunnen starten over een gezamenlijk voorstel.
Frankrijk en Duitsland hadden in december een deal over de auto-industrie gesloten, waarin een daling van de uitstoot met 90 procent is opgenomen, zonder dat de autofabrikanten de resterende 10 procent moeten compenseren. Met uitzondering van Italië (dat zeker vóór het aangepaste voorstel zal stemmen omdat dit land de thuisbasis van Ferrari, Lamborghini, Maserati én de Alfa Romeo modellen Giulia Quadrifoglio plus Stelvio Quadrifoglio is)) is het nog niet duidelijk of de andere lidstaten zich in dat voorstel kunnen vinden.
