Toyota heeft zijn winstverwachting voor het lopende boekjaar verhoogd, ondanks felle concurrentie van Chinese rivalen. De Japanse autoproducent profiteert namelijk van een sterke vraag naar zijn hybride modellen; een technologie waar Toyota al jarenlang mee vooroploopt en die door consumenten als zeer betrouwbaar wordt ervaren.
Toyota, de grootste autofabrikant ter wereld, profiteert ook van de zwakke yen. Auto’s die de onderneming verkoopt in bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Europa, maar in Japan het levenslicht zien, leveren daardoor meer op in de Japanse munteenheid.
Voor het lopende boekjaar, dat eindigt op 31 maart 2027, verwacht het bedrijf een nettowinst van 3,57 biljoen yen (20,2 miljard euro). In augustus ging Toyota nog uit van 3,25 biljoen yen. Toyota zegt de winstverwachting te kunnen verhogen omdat de gevolgen van stijgende materiaalprijzen en de productieverstoringen als gevolg van aardbevingen plus overstromingen beperkt zijn gebleven.
Toch is net niet zo dat er voor Toyota geen wolkje aan de lucht is. Het Japanse autoconcern voelt namelijk de hete adem van China in zijn nek. Tegelijkertijd lopen de importkosten op omdat het thuisland zelf nauwelijks over grondstoffen beschikt. Daarnaast helpen Amerikaanse importheffingen en spanningen rond het conflict in het Midden-Oosten niet mee.
De Chinese rivaal BYD opende eerder dit jaar rechtstreeks de aanval op de Japanse automarkt. Het bedrijf ging met de lancering van een elektrische kei-car, de Racco, die speciaal is afgestemd op de Japanse markt, de concurrentiestrijd aan met gevestigde merken als Daihatsu (een volle dochter van Toyota), Nissan en Suzuki. De verkoopschade die dit model aanricht, is tot nu toe evenwel beperkt.
Anders is de situatie in Europa. Daar winnen Chinese elektrische en stekker hybride auto’s razendsnel terrein. In het derde kwartaal verdubbelde het marktaandeel van merken als BYD, Leapmotor en MG naar 13 procent. Daarmee troefden Chinese fabrikanten voor het eerst hun Japanse rivalen af. Die bleven in dezelfde periode steken op net geen 12 procent marktaandeel. 5 jaar geleden hadden Chinese automerken nog nauwelijks voet aan de grond in Europa, met een marktaandeel van amper 1 procent.
De Europese Unie probeert die groei een halt toe te roepen. Net als Autointernationaal.nl is ‘Brussel’ van mening dat er sprake is van oneerlijke concurrentie, omdat de Chinese overheid royale staatssteun geeft aan eigen autofabrikanten. Daarnaast wordt de bedrijfsvoering van Westerse autofabrikanten (waartoe ook Toyota en de Hyundai Motor Groep gerekend kunnen worden) bemoeilijkt.
In een reactie heeft de Europese Unie extra importheffingen voor elektrische auto’s en een importquotum voor stekkerhybride modellen ingesteld, maar op de korte termijn sorteert die laatste maatregel geen effect, integendeel. De sancties hebben de verkoop mogelijk juist tijdelijk aangejaagd: kopers sloegen de afgelopen maanden nog snel hun slag. In september schoot het Chinese marktaandeel naar 15 procent, hetgeen ruim 2 procentpunt meer is dan in augustus.
