Toyota stopt met diesels in Europa

0

Toyota heeft besloten om te stoppen met de verkoop van personenwagens met een dieselmotor in Europa. De Japanse autofabrikant gaat zich vanaf nu voornamelijk richten op de productie van hybride modellen. Toyota stopt daarmee ook met het ontwikkelen van nieuwe dieseltechnologie, maar levert nog wel bedrijfswagens (de Hilux, de Proace en de Land Cruiser) met dieselmotoren.

“Wij zullen dit jaar het dieselaanbod uitfaseren voor alle personenwagens”, zo laat president Johan van Zyl van Toyota Europe (foto) weten. Eind 2018 is het in onze marktregio gedaan met oliegestookte modellen. Eén van de grootste autofabrikanten ter wereld zegt zo in te spelen op de wensen van zijn klanten. Afgelopen jaar was iets minder dan 10 procent van de auto’s die Toyota in Europa verkocht uitgerust met een dieselmotor. In 2012 ging het nog om 30 procent. Hybride auto’s doen het daarentegen steeds beter en waren vorig jaar al goed voor 41 procent van de verkoop van het merk.

In veel Europese steden ligt diesel onder vuur vanwege de uitstoot van stikstof, roet en fijn stof. Onder andere Parijs, Madrid en Athene willen vanaf 2025 dieselauto’s helemaal verbieden. Rome gaat een jaar eerder tot deze maatregel over. In Duitsland bepaalde de rechter vorige week dat steden het recht hebben om vrijwel alle dieselmodellen de toegang te ontzeggen. Alleen de nieuwste generatie, dat wil zeggen exemplaren jonger dan 3 jaar die voldoen aan de strengste Europese standaarden, mogen nog de binnensteden in.

In Nederland namen een aantal steden ook al maatregelen. Zo mogen dieselauto’s die geproduceerd zijn vóór 2001 Rotterdam en Utrecht niet in. Vanaf volgend jaar is Arnhem de stad met de strengste milieuzone voor personenauto’s in Nederland. Daar mogen dieselauto’s die voor 2004 geproduceerd zijn niet meer het centrum in.

Het besluit van Toyota is de zoveelste aanwijzing dat de dieselauto zijn langste tijd heeft gehad. Ruim 2 jaar na het uitbreken van het sjoemelsoftware schandaal bij Volkswagen keert de consument zich af van de oliegestookte motor. De verkoop van dieselauto’s daalde vorig jaar in Europa met 8 procent; een ongekend grote terugval. In Duitsland is het beeld nog dramatischer: onder dreiging van een ban in diverse steden kelderden de verkopen in februari met bijna 20 procent. In Engeland bedraagt de terugval zelfs 24 procent.

Nu consumenten en lokale politici de dieselmotor de rug toekeren, stapelen de problemen zich op voor de Europese autofabrikanten. Niet alleen dreigen zij hun investeringen te moeten afschrijven, de kans dat Brussel forse boetes gaat uitdelen omdat zij de norm voor de uitstoot van CO2 niet halen, wordt steeds groter. Bij dieselmotoren ligt de betreffende emissiewaarde ongeveer 20 procent lager dan bij een vergelijkbare benzinekrachtbron. Fabrikanten bleven dus veel investeren in hun TDi, dCi of HDi units. Maar nu laat de consument dergelijke motoren links liggen, met als gevolg dat voor het eerst sinds jaren de CO2-uitstoot weer stijgt. Voor autofabrikanten is het daardoor moeilijker geworden om de nieuwe emissienorm, die in 2021 in werking treedt (niet meer dan 95 gram CO2 per kilometer), te halen. Nu ligt het gemiddelde op 118 gram en de tendens is dus stijgend. De Brusselse boetes hangen als een donkere roetwolk boven de bedrijfswinsten.

Vorig jaar maakte Volvo ook al bekend over te gaan op hybride en elektrisch. “Vanwege het hedendaagse perspectief zullen we geen nieuwe generatie dieselmotoren meer ontwikkelen”, vertelde topman Håkan Samuelsson toen in een interview. Bestaande motoren die al waren aangepast voor een lagere uitstoot, zullen nog tot ongeveer 2023 geproduceerd blijven worden. Onder meer Jaguar en Fiat Chrysler volgden het voorbeeld van Volvo. Hun investeringsbudget wordt nu aangewend voor de ontwikkeling van (deels)elektrische modellen. Diesels zijn uit de gratie en dus ‘onbruikbaar’ om de nieuwe emissienorm te halen. Maar de vraag is of de (deels)elektrische auto’s op tijd zullen komen. Bij Jaguar misschien wel (dit merk heeft net de enkel door stroom aangedreven I-Pace geïntroduceerd), maar Opel heeft zijn eerste elektrische auto pas in 2020 klaar (de Ampera-e, feitelijk een Chevrolet Bolt, is niet of nauwelijks leverbaar). Bij Citroën is het ook wachten tot de decenniumwisseling en Fiat maakt op de korte termijn alleen werk van milde hybride modellen. Analisten denken dat de elektrificatie bij veel merken te traag verloopt, ook omdat er te weinig productiecapaciteit voor accu’s is, en vrezen dat de CO2-boetes vanuit Brussel een recessie in de Europese auto-industrie zullen veroorzaken.

Diesel wordt door analisten inmiddels vergeleken met asbest: een product waarvan het uitstekende imago langzamerhand verdampte. Zo werd diesel eerst als ‘wonderbrandstof’ verkocht die goedkoop én beter voor de aarde zou zijn, maar langzaamaan werd bekend dat de uitstoot kankerverwekkende stoffen bevat en bovendien wel degelijk schadelijk is voor het milieu. De ironie wil dat de jongste generatie diesels van onder andere BMW, Mercedes en PSA wel schoon zijn. Wat betreft roet en fijn stof presteren sommige motoren zelfs beter dan hun benzinecollega’s. Maar het imago van de diesel is te zwaar beschadigd. De ontwikkelingskosten van deze nieuwe generatie motoren kan dus niet terugverdiend worden. Bovendien worden Duitse autofabrikanten voor het blok gezet om oudere diesels te voorzien van kostbare hardware waarmee de uitstoot kan worden verlaagd. Dat kost naar schatting 1.500 tot 2.000 euro per auto.

Als klap op de vuurpijl dreigen er dus ook boetes van honderden miljoenen euro uit Brussel, tenzij de verkoop van grote, margerijke maar veel CO2 uitstotende modellen aan banden word gelegd. Porsche heeft onlangs aangegeven helemaal te stoppen met de verkoop van dieselmodellen en voor Toyota geldt dus hetzelfde. Volkswagen durft die stap nog niet te zeggen, integendeel: wellicht tegen beter weten in hoopt men in Wolfsburg zelfs op een renaissance van de dieselmotor. De consument is echter inmiddels afgehaakt en dat heeft Toyota haarfijn aangevoeld.

Toyota gaat verder met 2 Japanse partners, Dense en Seiki, een aparte onderneming oprichten voor de verdere ontwikkeling van zelfstandig rijdende auto’s. De 3 bedrijven steken daar ook samen omgerekend 2,3 miljard euro in. Het zogeheten Toyota Research Institute for Advanced Development krijgt in eerste instantie 300 technici en andere medewerkers, maar moet snel doorgroeien naar zo’n 1.000 personeelsleden. De 3 bedrijven gaan de techniek voor autonoom rijden eerst testen onder laboratoriumomstandigheden, maar willen zo snel mogelijk met zelfrijdende voertuigen de openbare weg op. Toyota heeft al eerder laten weten dat zij in 2020 auto’s wil verkopen die in ieder geval op de snelweg zelfstandig kunnen rijden.

Comments are closed.