China gaat het autospel eerlijker spelen

0

China heeft besloten om in de komende jaren haar strenge protectieregels tegen buitenlandse autofabrikanten af te bouwen. Concreet betekent dit minder hoge invoerrechten en niet langer de verplichting om samen met een Chinese partner een joint venture te vormen.

In 1994 zette de Chinese overheid buitenlandse autofabrikanten voor het blok: óf hoge importbelasting betalen óf personenwagens gaan bouwen in lokale fabrieken, waarbij 50 procent van de aandelen in handen van een Chinese partner gegeven diende te worden. Die kon zo mooi een kijkje in de keuken nemen en gratis / voor niets leren hoe je auto’s bouwt van Westers kwaliteitsniveau.

Met name de hoge invoerrechten waren een vorm van protectionisme. En de verplichte joint venture betekende dat de helft van de bedrijfswinst bij lokale productie in Chinese zakken belanden. Een duidelijk staaltje van oneerlijke handelspraktijken, want Geely kon in 2010 ongehinderd Volvo Cars overnemen en is nu ook eigenaar van Lotus. De Europese Unie wist evenwel geen vuist te maken. Of vond andere zaken belangrijker, zoals een richtlijn voor het aantal laadpalen voor elektrische auto’s bij een winkelcentrum. Maar de huidige Amerikaanse president Donald Trump deed wél wat aan het eenrichtingsverkeer en trok China over de onderhandelingstafel.

Het gevolg: China gaat de regels die golden voor buitenlandse autofabrikanten nu stelselmatig afbouwen. Al dit jaar wordt de hoge importbelasting op (deels)elektrische auto’s geschrapt. Dat opent met name de deur voor Tesla van Elon Musk, die het goed kan vinden met Donald Trump. Vanaf 2020 hoeft er op bedrijfswagens geen importbelasting meer betaald te worden en in 2022 moeten de handelsbeperkingen helemaal verdwenen zijn. Dat is belangrijk nieuws voor buitenlandse autofabrikant, want de Chinese markt is met net geen 29 miljoen registraties in 2017 de grootste ter wereld.

Het het opheffen van de handelsbelemmeringen voor buitenlandse autofabrikanten wil China vooral een eind maken aan de oplopende spanningen met de Verenigde Staten. Maar analisten stellen dat de maatregelen zodanig komen dat de effecten ervan erg beperkt zullen zijn. Grote spelers als General Motors en Volkswagen hebben inmiddels al jarenlang een Chinese partner. Maar voor relatief nieuwe spelers op de automarkt, zoals Tesla, valt er toch veel voordeel te behalen uit de versoepeling van de regels. Musk hoeft niet langer bang te zijn dat zijn bedrijfsgeheimen bij lokale productie in Chinese handen belanden.

Betekent dit dat Tesla nu de Chinese markt kan veroveren? Niet perse. Enerzijds omdat het bedrijf van Musk genoeg productiesores in eigen land heeft, en anderzijds omdat er in China steeds meer initiatieven zijn om zelf hoogwaardige elektrische auto’s te bouwen. Eén daarvan is Xiaopeng Motors, dat internetreus Alibaba en elektronicafabrikant Foxconn als aandeelhouders heeft. Deze startende onderneming is van plan om dit jaar 17 miljard yuan (2,2 miljard euro) op te halen voor de ontwikkeling van elektrische auto’s. Xiaopeng Motors hoopt te kunnen profiteren van de grote ambities van de Chinese regering om van het land een kampioen op het gebied van elektrisch rijden te maken. Dat levert niet alleen een groener imago op, het vermindert ook de afhankelijkheid van buitenlandse olie. China is vandaag al de grootste afzetmarkt voor elektrische auto’s ter wereld en goed voor meer dan de helft van de wereldwijde verkoop. In 2016 en 2017 groeide de afzet met ruim 20 procent. Xiaopeng Motors zal eind deze maand zijn eerste model voorstellen, de G3. Alibaba and Foxconn investeerden in januari 2,2 miljard yuan (284 miljoen euro) in de autofabrikant, die daarmee sinds zijn oprichting al 5 miljard yuan (645 miljoen euro) kapitaal vergaarde. Maar dit jaar wordt er een turbo gezet op de financiering. Het is immers handig als de kaarten al geschud zijn zodra Tesla in staat is om serieus werk te maken van de Chinese afzetmarkt.

Nu is Tesla niet alleen ‘beroemd’ vanwege haar elektrische auto’s, maar ook dankzij de Autopilot techniek waarmee de Model S / 3 / X (deels) zelfstandig kan rijden. Heeft China daar een antwoord op? Ja, want de regering in Beijing heeft deze maand een nationaal wettelijk kader gecreëerd voor testwerk met autonome voertuigen op zijn grondgebied. Op die manier denkt het land een voorsprong te kunnen nemen op de Verenigde Staten. De wet treedt op 1 mei in werking en werpt een aantal buffers op om de risico’s te beperken. Zo moet een zelfrijdend voertuig eerst een proef afleggen op een afgesloten circuit voordat het de openbare weg op mag. Er moet ook altijd iemand achter het stuur zitten die op elk moment kan ingrijpen. Momenteel voeren bepaalde grote steden zoals Beijing of Sjanghai hun eigen beleid ten aanzien van autonoom rijden. Door nu landelijk geldende regels te implementeren, wil China de ontwikkeling van zelfrijdende voertuigen op zijn grondgebied versnellen. Dankzij de wet van de grote getallen kan het land snel de grootste markt ter wereld worden voor autonome rij diensten. Het omzetpotentieel wordt voor het jaar 2030 geschat op meer dan 500 miljard dollar (403 miljard euro). Dat is veel meer dan nu de importheffing op buitenlandse auto’s oplevert.

Comments are closed.