Tegenwind. De bazen van alle grote autofabrikanten roepen hetzelfde: we hebben overal te kampen met tegenwind. Sommigen kunnen nog terugkijken op een redelijk goed jaar, maar bij de meeste spelers in de autobranche kwam die tegenwind in 2018 al sterk opzetten. Bij die bedrijven kwam een verlies uit de bus of daalde de winst fors (met waarschuwingen voor beleggers tot gevolg), terwijl de vooruitzichten ronduit somber zijn.
Daimler, Ford en vooral Jaguar Land Rover zijn de beste voorbeelden van die laatste categorie. Bij Daimler kwam de winst 30 procent lager uit op 11,1 miljard euro; het laagste resultaat sinds 2014. Het aantal verkochte auto’s en de omzet waren wel iets (2 procent) hoger dan in 2017, maar door die lagere winst daalde de marge van 9,4 naar 7,8 procent. En wat zei topman Dieter Zetsche? “2018 was een jaar van forse tegenwind. Dat weerspiegelt zich in onze financiële resultaten en in de koers van de aandelen. We hebben die tegenwind echter toch het hoofd geboden en belangrijke vooruitgang geboekt op de kerngebieden voor de toekomst”. De wens was hier blijkbaar de vader van de gedachte, want over januari moest Daimler opnieuw lagere verkoopcijfers melden.
Moeten we Jaguar Land Rover (JLR) nog noemen? Dat kwam in de laatste 3 maanden van 2018, het derde kwartaal van haar boekjaar, uit op een megaverlies van bijna 3,9 miljard euro. Wordt een miljardenaftrek op onroerend goed en goodwill buiten beschouwing gelaten, dan zit de Britse autobouwer nog altijd ruim 310 miljoen euro in het rood. En dat is dan een cijfer over één kwartaal, niet eens over het volledige boekjaar. “De onderneming heeft te kampen met sterke markt, regulerende en technologische tegenwind”, zegt ook de topman, in dit geval Ralf Speth. JLR is al bezig met het schrappen van 5.500 banen maar de vraag is of dat genoeg is voor moederbedrijf Tata Motors dat wegens de nood bij de Britse dochter zelf een koersklap van 30 procent opliep.
Ford kwam in het laatste kwartaal van 2018 ook in het rood uit; het eerste kwartaalverlies in 2 jaar tijd. De jaarwinst halveerde, Europa blijft verlies opleveren en de marge zakte naar een magere 2,3 procent. Eerder, toen het nog gouden tijden waren, gingen veel autobazen ervan uit dat je rond de 10 procent moet zitten om goed te draaien. Op de belangrijke Amerikaanse thuismarkt verkocht Ford in december bijna 9 procent minder auto’s dan een jaar eerder; verreweg de slechtste prestatie van de ‘Big Three’. “Nooit meer zo’n jaar als 2018”, roept topman Jim Hackett dan ook vertwijfeld uit. Hij hoopt “dat wij een sterk fundament hebben gelegd voor het opnieuw vormgeven van onze onderneming en om te investeren in het versterken van de concurrentiekracht”.
Ook aan Japanse kant gaat het slecht met een winstdaling van 80 procent in het vierde kwartaal voor Toyota, hoewel dat deels te wijten was aan ongelukkige beleggingen. De snelle verslechtering van de internationale automarkt is voor Toyota reden de verwachte winst over het boekjaar tot 31 maart terug te schroeven van 18,3 naar 15 miljard euro. De op twee na grootste autogroep laat het bij kwartaalberichten altijd bij de kale cijfers en geeft verder geen toelichting. Nissan lijkt steeds verder in de problemen te komen met niet alleen dalende winsten, maar ook teruglopende verkopen. Bij Mazda staat de winst eveneens onder druk. Elders in Azië kijken ook Hyundai en Kia terug op een beroerd jaar.
Bij Volvo Cars ging het iets beter, maar liep de operationele marge, eigenlijk het belangrijkste waarschuwingslicht voor de gang van zaken, terug van 6,7 procent naar een allesbehalve premium 5,6 procent. Volvo Cars kwam nog wel hoger uit wat omzet betreft, maar ook hier waarschuwt de topman (in dit geval Håkan Samuelsson) voor slecht weer: “We moeten realistisch zijn en erkennen dat de marges voortdurend onder druk blijven staan”.
Bij Fiat Chrysler Automobiles lijkt het beeld wat gunstiger, ondanks de opschudding door het overlijden van Sergio Marchionne. “Het is een bewogen jaar geweest”, zegt zijn opvolger Mike Manley, die de zaken volgens analisten nog lang niet goed op de rails heeft. FCA kon in 2018 zowel de omzet als de winst enigzins opvoeren, deels dankzij onderdelendochter Magneti Marelli die wel verkocht is maar nog niet is overgedaan. Bij FCA zit het venijn echter vooral in de staart, met sterk gedaalde verkoopcijfers in het laatste kwartaal. Dat is vooral te wijten aan Europa, reden waarop in de analistenwereld opnieuw openlijk wordt gezinspeeld op een alliantie van FCA (of in ieder geval Fiat) met PSA waarmee een droom van wijlen Marchionne dan misschien toch werkelijkheid zou worden. Autointernationaal.nl is echter van mening dat Renault- Nissan een betere fusiepartner is.
De oorzaken voor al die tegenwind zijn bekend. In China, jarenlang de hoop in bange dagen voor nagenoeg alle autofabrikanten, zijn de autoverkopen in 2018 voor het eerst sinds 1990 lager uitgekomen dan een jaar eerder. In december was zelfs sprake van een min van 13 procent, waarmee heel 2018 bijna 3 procent lager uitkwam. Die daling komt redelijk onverwachts, want eerder werd voor het afgelopen jaar nog een behoorlijke groei voorzien. Ook in januari vielen de autoverkopen tegen. Tenminste van conventioneel aangedreven modellen. (Deels)elektrische auto’s waren wel zeer in trek, maar die kan nog niet elke autofabrikant in voldoende mate bieden.
In de Verenigde Staten zijn de grote automerken na het voorbeeld van General Motors gestopt met het publiceren van maandelijkse verkoopcijfers. De trend is echter duidelijk neerwaarts, zo valt uit commentaren op te maken. Bovendien willen de Amerikanen onmiskenbaar meer SUV modellen en grote pick-ups, wat General Motors, Ford en Fiat Chrysler kapitalen kost voor het ombouwen van de fabrieken.
In Europa bleef de automarkt vorig jaar nipt stabiel, maar december liet een daling van ruim 8 procent zien. Januari eindige 5 procent in het rood. Hier zijn de grote dreunen van de overgang naar het WLTP keuringsregime nog steeds niet uitgewerkt, terwijl ook de Brexit steeds meer gevolgen lijkt te hebben. Bij dat alles moeten autofabrikanten ook enorme kapitalen investeren in de overgang naar elektrische modellen en de komst van autonoom rijden; geld dat ergens uit de kasstroom moet komen.
In de hele wereld begint ook nog het economisch tij te verslechteren, misschien met Zuid-Amerika als uitzondering; deze marktregio begint na een ellendige periode weer wat op te krabbelen. Het gevolg is dat de autokoper elders in de wereld liever de kat even uit de boom kijkt. Inmiddels blijkt ook uit de meest recente cijfers van Renault dat deze speler op de automarkt veel last heeft van tegenwind. Landgenoot PSA deed het beter, al komt dat niet in de laatste plaats door de overname van Opel / Vauxhall waarmee de omzet kon worden opgevoerd en waarmee schaalvoordelen konden worden gerealiseerd. De Volkswagen Groep komt op 14 maart met haar cijfers, maar waarschuwt nu al voor enorme economische schade als de Amerikaanse president Donald Trump hogere importtarieven op auto’s gaat invoeren. Dat is een nieuwe vorm van tegenwind waarop niemand zit te wachten. Sterker nog: die tegenwind kan uitgroeien tot een ‘perfect storm’.
Met dank aan: Automobiel Management
