Het heropstarten van de Europese auto-industrie en de bedrijfsactiviteiten van toeleveranciers kan volgens de RAI Vereniging alleen met Europese coördinatie. Ondernemingen staan te trappelen om weer aan de slag te gaan omdat uit een recente enquête onder de leden van de RAI Vereniging is gebleken dat de industrietak inmiddels 31 procent omzetverlies (oftewel meer dan 100 miljoen euro) heeft geleden. Bedrijven die actief zijn in de mobiliteitssector vrezen dat de grootste klappen nog moeten komen.
De ordeportefeuilles lopen namelijk leeg en klanten blijven weg uit de showrooms. Een overgrote meerderheid van de leden (86 procent) verwacht dat de omzetdaling in het tweede kwartaal daarom nog groter zal zijn. Zelfs sluit 56 procent van de ondernemers niet uit dat er in het derde kwartaal nog steeds geen sprake zal zijn van ‘business as usual’. Veel leden van de RAI Vereniging denken dus dat de de grootste omzetpijn als gevolg van de corona crisis nog moeten komen, maar een overgrote meerderheid van de bedrijven, namelijk 90 procent, is ervan overtuigd dat zij de crisis gaat overleven. Desondanks waarschuwt de voorzitter van de RAI Vereniging, Steven van Eijck, voor een ontslaggolf: “Maak je borst maar nat”.

Veel bedrijven zijn voor de toelevering van onderdelen afhankelijk van producenten uit het buitenland. Op dit moment ligt bij 50 tot 70 procent van de toeleveranciers het werk stil. Voor autofabrikanten is dat zelfs 90 procent. Ook worden er nauwelijks nog fietsen, motoren en scooters geproduceerd. Volgens Van Eijck zijn er nu dus vaak onvoldoende onderdelen beschikbaar. Dat bemoeilijkt de opstart van productie. Hij pleit dan ook voor Europese coördinatie bij het weer op gang brengen van de productie. Zijn oproep krijgt steun van de Europese koepel voor de auto-industrie (ACEA) en de Europese federatie van toeleveranciers (CLEPA).
Momenteel heeft 74 procent van de bedrijven in de mobiliteitssector personeel dat (deels) thuis werkt. De helft van de leden van de RAI Vereniging zegt gebruik te maken van de NOW regeling voor werktijdverkorting. Veel Nederlandse ondernemingen zijn voor de toelevering van onderdelen afhankelijk van producenten en leveranciers uit andere Europese landen en de rest van de wereld. De Nederlandse auto industrie (inclusief toeleveranciers en bijvoorbeeld fietsfabrikanten en busbouwers is volgens de RAI Vereniging goed voor circa 20 miljard euro omzet per jaar. Van de productie wordt 90 procent geëxporteerd.

Van Eijck (foto) stelt dat de mobiliteitsindustrie een belangrijke bron van innovatie is vanwege de investeringen in R&D. Behoud van werkgelegenheid is belangrijk om te voorkomen dat bedrijven omvallen en kostbare kennis en expertise verloren gaat. Van Eijck: “We moeten daarom langzaam de industrie weer gaan opstarten en zorgen dat de mensen en machines weer aan het werk gaan”. Maar een succesvolle herstart van de productie is alleen mogelijk als er voldoende onderdelen beschikbaar zijn. “Als onze leden geen of onvoldoende onderdelen ontvangen omdat de productie in bepaalde landen nog aan restricties is gebonden, komen wij geen stap verder en gaan er honderdduizenden banen onnodig verloren. Er is sprake van een kettingreactie”.
Van Eijck hamert daarom op het belang van Europese coördinatie en samenwerking bij het heropstarten van de industrie. De oproep van de voorzitter van de RAI Vereniging wordt zoals gezegd gesteund door 2 grote Europese industriekoepels, ACEA en CLEPA. Die hebben zijn verzoek mede ondertekend. “Met onze op export gerichte open economie kan Nederland hier een voortrekkersrol in spelen. Ik roep het kabinet op om deze handschoen zo snel mogelijk op te pakken”, aldus Van Eijck.
