Renault ontslaat wereldwijd 14.600 werknemers

0

Renault staat op het punt om wereldwijd bijna 15 duizend arbeidsplaatsen te schrappen. Een zegsman van een grote vakbond heeft dat verteld na afloop van besprekingen met het topmanagement van de autofabrikant.

Door 14.600 personeelsleden te ontslaan hoopt het voormalige staatsbedrijf uit de rode cijfers te komen. Sinds de corona virusuitbraak leidt Renault zware verliezen door ingestorte afzet. De bezuinigingen treffen iets minder dan 10 procent van de 180.000 werknemers van Renault wereldwijd. Het bedrijf heeft in Frankrijk ongeveer 48.500 mensen in dienst. In dit land verliezen ongeveer 4.600 personeelsleden hun baan.

Renault wil de komende 3 jaar meer dan 2 miljard euro bezuinigen. Dat blijkt uit het al eerder aangekondigde reorganisatieplan. Renault moet weer concurrerend worden en wil dat doen door de productieprocessen te simplificeren, het aantal verschillende auto-onderdelen te verminderen en de focus bij het modellengamma te verleggen. Zo zal de Franse automaker zich meer richten op elektrische personenwagens en innovatieve technieken. De regering Macron stelt dat ook als voorwaarde voor staatssteun, net zoals dat de hightech activiteiten van het bedrijf in Frankrijk geconcentreerd dienen te worden. Renault wil 5 miljard euro aan steun nu het hard geraakt wordt door de corona crisis. “De problemen die wij al hebben gehad, de grote crisis die de auto-industrie nu wacht en de noodzaak van de ecologische transitie spelen allemaal een rol in het versnellen van de transformatie van het bedrijf”, zo laat een woordvoerder van Renault weten in een toelichting op de plannen. De Franse autoproducent vormt een alliantie met Nissan en Mitsubishi die op termijn had moeten leiden tot samensmelting van de bedrijven, om samen sterker te staan in de hoog competitieve sector. De alliantievorming was een initiatief van de voormalige Renault topman Carlos Ghosn, die inmiddels wordt beschuldigd van allerhande financiële malversaties. Maar sinds zijn ontslag (en er feitelijk geen sterke man meer is die leiding geeft aan het samenwerkingsverband), willen de 3 autoproducenten zich weer richten op hun eigen strategie.

Het doel om 2 miljard euro te besparen in de komende 3 jaar staat in een ‘transitieplan’ dat Renault voor de komende periode gepresenteerd heeft. Er wordt ook flink gesneden in de productiecapaciteit. Aanleiding is zoals gezegd de corona pandemie, maar Renault doet geen poging om te ontkennen dat er meer aan de hand is. Zo zijn er interne strubbelingen binnen de alliantie. Over 2019 werd er ook al een verlies genoteerd. Daarom gaat Renault nu snijden in haar mondiale productiecapaciteit. Die krimpt van 4 miljoen auto’s (het niveau in 2019) met 20 procent naar 3,3 miljoen stuks in 2024. Renault verkocht vorig jaar wereldwijd 3.753.723 auto’s, dus de reductie van de productiecapaciteit betekent ook een verlaging van het daadwerkelijke productievolume. Deze stap moet 650 miljoen euro aan besparingen opleveren. Door minder auto’s te produceren hoeven ze met minder korting de markt in te worden gedrukt, zo is de redenatie.

Om de krimp van het productievolume te realiseren, worden om te beginnen de bestaande uitbreidingsplannen tot nader order uitgesteld. Renault had onder meer in haar agenda staat om haar fabrieken in Marokko en Roemenië te vergroten. Daarnaast wordt er al ruim een week gezinspeeld op productiebeëindiging van de Alpine A110 in Dieppe. Renault laat doorschemeren dat de sportwagen niet op korte termijn geslachtofferd gaat worden, maar er wordt al wel voorzichtig nagedacht over een nieuwe functie voor de fabriek als het doek alsnog valt voor Alpine. Hieruit kunnen wij afleiden dat wij vooralsnog niet hoeven te reken en op een opvolger of op nieuwe modelvarianten.

Tegelijkertijd worden bestaande processen bij Renault gestroomlijnd en activiteiten van verschillende merken (het autoconcern heeft, naast Alpine) ook de labels Dacia en Lada in de portefeuille) waar mogelijk samengevoegd. Kortom: waar wat te besparen valt, wil de autofabrikant dat ook daadwerkelijk gaan realiseren. Eerder werd al bekend dat de modellen Espace, Scénic en Talisman gesaneerd gaan worden. De activiteiten van de Renault Groep moeten geconcentreerd gaan worden rondom een aantal innovatieve pijlers met een ‘veelbelovende toekomst’: elektrische auto’s, bedrijfswagens en de circulaire economie. Maar het concern blijft wel actief in de Formule 1, zo bevestigt interim CEO Clotilde Delbos.

“Wij hebben te veel geld uitgegeven en te veel geld geïnvesteerd. Nu moeten wij terug naar de basis”, aldus Delbos. Het gaat volgens haar er niet langer om dat er meer auto’s verkocht worden, maar om de winstgevendheid van het bedrijf te herstellen. Binnen 3 jaar moet er hiertoe dus voor 2 miljard euro aan kosten worden bespaard. Het bedrijf overweegt ook om haar fabriek in het Franse Flins te sluiten, waar de elektrische (maar tegenvallend verkopende) Zoé en de verlieslatende Nissan Micra worden geproduceerd (foto). De ontwikkelingsafdeling moet 800 miljoen euro besparen en op marketing wordt nog eens 700 miljoen euro bezuinigd. Renault gaat de vermindering van het aantal arbeidsplaatsen zoveel mogelijk regelen in overleg met de sociale partners en de overheid. Het streven is het banenverlies op te vangen door werknemers om te scholen, intern te verplaatsen en door vrijwillig vertrek. Op die manier hoopt de Franse autobouwer verdere sociale onrust te voorkomen. Bij de fabriek van alliantiepartner Nissan in Barcelona is het gisteren tot ongeregeldheden gekomen nadat bekend was gemaakt dat die gesloten wordt. In het kader van de strategische focus op bedrijfsonderdelen met een veelbelovende toekomst zal de fabriek in Flins een andere functie krijgen binnen het bedrijf. Op die manier kan een compromis worden bereikt met de regering Macron die geëist had dat deze productiefaciliteit, die van grote historische en symbolische waarde is voor Renault, niet dicht mag indien er voor 5 miljard euro aan staatssteun wordt verleed.

“Het is gezamenlijk en met de steun van onze alliantiepartners dat wij in staat zullen zijn om onze doeleinden te bereiken en om van de Renault Groep in de komende jaren tot een grote speler in de auto-industrie te maken. We zijn ons volledig bewust van onze verantwoordelijkheid en de geplande transformatie kan alleen gerealiseerd worden met respect voor alle belanghebbenden en via een uitstekende sociale dialoog”, aldus Jean-Dominique Senard, de bestuursvoorzitter die anderhalf jaar geleden werd aangesteld vanwege zijn diplomatieke gaven. Hij bakt op deze manier zoete broodjes met president Emmanuel Macron die eerder deze week een steunpakket van 8,8 miljard euro voor de nationale auto-industrie gepresenteerd heeft. De Franse staat heeft een aandeel van 15 procent in Renault.

Toen handen schudden nog heel gewoon was: Le Maire, Macron, een inmiddels ontslagen Nissan manager en Senard kunnen nog lachen om Renault

 

De Franse minister van Economische Zaken en Financiën, Bruno le Maire zei vorige week zelfs te vrezen voor het voortbestaan van Renault. Begrijpelijk, want de resultaten van de autofabrikant zijn in een vrije val beland. Renault boekte in 2019 een verlies van 141 miljoen euro, terwijl het jaar daarvoor nog met een winst van 3,3 miljard euro werd afgesloten. Daarnaast is de autobouwer keihard geraakt door de corono crisis. Zowel de productie als de verkoop is vrijwel stilgevallen omdat in Frankrijk de lockdown veel strenger was dan in andere Europese landen zoals Denemarken, Nederland en Zweden, die kozen voor een ‘intelligentere’ benadering.

De verlaging van de productiecapaciteit past in de nieuwe strategie die de alliantie van Renault, Nissan en Mitsubishi. Daarin wordt nadrukkelijk gesteld dat efficiency en kostenbesparingen belangrijker zijn dan maximalisering van het productievolume. Nissan zal zich daarbij deels terugtrekken uit Europa en zich vooral richten op China, Noord-Amerika en Japan. Renault neemt Europa, Rusland, Zuid-Amerika en Noord-Afrika onder haar hoede. Zuidoost-Azië, Australië en Nieuw-Zeeland zijn voor Mitsubishi.

Het Frans/Japanse trio heeft tevens afgesproken dat er per productsegment één moedervoertuig wordt ontworpen door het leidende automerk en dat de andere partners daarbij aanhaken met derivaten. Deze aanpak moet 40 procent aan besparingen opleveren bij de ontwikkeling van nieuwe modellen. Nissan krijgt na 2025 de leiding in het C-SUV segment en bij elektrische modellen plus techniek op het gebied van autonoom rijden, terwijl Renault zich ontfermt over het B-SUV segment en bedrijfswagens. Mitsubishi wordt verantwoordelijk voor stekker hybride (PHEV) techniek en voor de grotere D segment SUV modellen.

Ook met Nissan gaat het trouwens niet goed. De Japanners schreven over het gebroken boekjaar dat op 31 maart eindigde een verlies van 671 miljard yen, omgerekend bijna 5,7 miljard euro. De omzet daalde met bijna 15 procent tot 84 miljard euro. Nissan liet tijdens de presentatie van de jaarcijfers weten voor 2,5 miljard euro in eigen vlees te gaan snijden. Zo sluiten de Japanners hun fabriek in Barcelona, waar 2.800 mensen werkzaam zijn. Dat leidde zoals gezegd tot protesten.

Zowel Nissan als Renault voeren op dit ogenblik enkele veldslagen “waar het bestaan van af hangt”. Dat zijn niet mijn woorden, maar die van Le Maire. Die zei vorig week dat het Franse automerk, zonder drastische ingrepen, “van de markt zou kunnen verdwijnen”. Renault zit in de tang. Gemangeld tussen de strenge nieuwe Europese uitstoot normen, waarvan almaar duidelijker wordt dat die desastreuze economische gevolgen kunnen hebben, spanningen binnen de alliantie met Nissan en Mitsubishi en de financiële gevolgen van de corona crisis. Maar met bezuinigingen en ontslagen wordt er dus naarstig gezocht naar een uitweg.

Gelukkig lijkt Renault de volle steun te hebben van de Franse overheid. In haar steunpakket van 8,8 miljard euro zit onder meer een stimulans (subsidie) voor Franse consumenten die een stekker hybride of volledig elektrische auto willen kopen. Er wordt dus gekozen voor de vlucht vooruit. Elektrische auto’s zijn voor nog voor het overgrote deel verlieslatend, maar veel keuze heeft de Franse regering niet. Aan de opgelegde uitstootnormen kan niet worden gesleuteld (ondanks de economische prijs daarvan) want dat is een Europese materie. Maar ondertussen wordt van de nood wel een deugd gemaakt. Alliantiepartner Nissan zal in Europa zo veel mogelijk gebruik gaan maken van de bedrijfsinfrastructuur van Renault. Logistiek, facturatie, administratie, marketing en klantenservice gaan op termijn op in de structuur van het Franse automerk.

De Europese auto-industrie zit overigens branchebreed in het slop. Die malaise komt niet alleen door de corona pandemie, maar zoals gezegd ook door de nieuwe uitstoot doelstelling van de Europese Unie. De strengere normen kunnen alleen gehaald worden met elektrificatie. Daarvoor staat de consument op dit ogenblik duidelijk nog niet voor te springen, althans niet zonder subsidies of fiscaal voordeel. De politiek heeft zich afgekeerd van benzine en diesel motoren, maar de autofabrikanten (die stuk voor stuk financiële problemen hebben) kunnen deze relatief meest winstgevende modellen niet schrappen. De druk om meer werk te maken van volledige elektrische modellen en stekker hybride uitvoeringen leidt alleen maar tot (nog grotere) verliezen. De particuliere autorijder hikt bij (deels) emissievrije personenwagens nog altijd aan tegen een hoop praktisch ongemak en een hoge aanschafprijs. De Franse overheid heeft nu besloten de noodlijdende auto-industrie in eigen land te steunen door de aanschaf van een stekker hybride of elektrische auto meer te subsidiëren. Het eerste type personenwagens komen in aanmerking voor aankoopbonus van 2.000 euro, maar enkel wanneer er sprake is van een benzinemotor als basisunit. De aanschaf van een stekker hybride diesel zoals Mercedes-Benz die aanbiedt, wordt dus niet aangemoedigd. Daarnaast komt er een aankooppremie voor elektrische voertuigen gegeven van 7.000 euro (particulieren) of 5.000 euro (wagenparkbeheerders). Deze 2 douceurtjes moeten de technologie die Frankrijk als toekomst ziet aantrekkelijker maken. Zij volstaan evenwel niet om het prijsverschil met een nieuwe (zuinige) verbrandingsmotor weg te werken. Een stekker hybride auto kost gemiddeld 10.000 euro meer dan een conventioneel aangedreven model. Een elektrische auto, in het geval van de Peugeot 208, bijna het dubbele.

Reageren is niet mogelijk.