Een Brits onderzoek laat per land de verschillen zien in de populariteit van de elektrische auto in Europa.
Als je kijkt naar de verkoopvolumes van elektrische auto’s, behoren Frankrijk, Duitsland en Noorwegen tot de grootste Europese afzetmarkten. Maar breng de onbewerkte gegevens terug naar het inwonertal van het land, en je krijgt een beter idee van hoeveel Fransen, Duitsers en Noren echt om elektrische auto’s geven. Of, in ieder geval, preciezer. Zo overschreed de elektrische auto onlangs voor het eerst in Noorwegen de marktaandeel grens van 50 procent, terwijl hij in Frankrijk ruim onder de 10 procent blijft.

Uit het Britse onderzoek van een kentekenplaat specialist blijkt uit een peiling op internet naar het aantal zoekopdrachten naar elektrische auto’s per 1.000 inwoners dat Noorwegen ook in relatieve zin voorop loopt, gevolgd door Malta en IJsland. En Nederland? Wij bezetten de 8ste plek. Dat is een nette score. Tegen Scandinavië kunnen wij toch niet op en Malta lijkt een uitzonderingspositie in te nemen. Sinds Boris Johnson dreigt dat de verkoop van auto’s met een verbrandingsmotor in het Verenigd Koninkrijk aan banden gelegd gaat worden, voeren Britten vaker zoekopdrachten naar elektrische personenwagens uit.
Wereldwijd kunnen wij de levensstandaard van de inwoners van een land relateren aan het onderzoeksresultaat. Dat is de reden waarom wij in de laagste posities van de tabel de armere landen tegenkomen. Er zijn echter uitzonderingen: de Tsjechen lijken weinig interesse te hebben in de elektrische personenwagen. Dat is opvallend want hun nationale autofabrikant (Skoda) zet er groots op in. Maar er moet aan worden herinnerd dat zoekopdrachten naar elektrische voertuigen ook verband houdt met het overheidsbeleid: waar ze het meest stimulerend (en beperkend zijn voor verbrandingsmotoren), is het logisch om een hogere score te zien.
