Stellantis onderzoekt de outsourcing van de Opel fabrieken. Het Duitse automerk zou daardoor de verantwoordelijkheid voor, en de beslissingsbevoegdheid over, haar fabrieken in thuisbasis Rüsselsheim en Eisenach kunnen verliezen.
De Stellantis Groep denkt erover na om ze om te vormen tot zelfstandige organisaties. Het plan is om de fabrieken van haar Duitse dochteronderneming Opel uit te bouwen tot eigen, juridisch zelfstandige productieorganisaties, zei een woordvoerder. “De samenwerking en flexibiliteit binnen het productienetwerk van Stellantis moet verder worden versterkt”.

De verhuizing moet volgens de woordvoerder helpen om op lange termijn banen veilig te stellen, al valt niet uit te sluiten dat hij met deze mededeling zand in de ogen strooit bij het personeel om zo arbeidsonrust te voorkomen. “Dit zal onder meer worden bereikt door een eenvoudigere producttoewijzing. Dat kan indien de productiefaciliteiten onafhankelijk functioneren en als er in de fabrieken efficiëntere oplossingen geïmplementeerd kunnen worden”. Dat is inderdaad een soort taalgebruik waarmee de burger met een kluitje het riet in wordt gestuurd.
De woordvoerder benadrukte dat de fabriek in Eisenach al onafhankelijk was van 1990 tot eind 2013. “Natuurlijk moeten de arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers ongewijzigd blijven, de bestaande cao’s en arbeidsovereenkomsten moeten blijven gelden. We willen nu met de sociale partners praten over de exacte structuur”. Wat het kostenvoordeel is als de arbeidsvoorwaarden ongewijzigd blijven, is niet duidelijk, maar helder is wel dat Stellantis bij verzelfstandiging van de 2 belangrijke Duitse Opel fabrieken meer speelruimte krijgt om ze in de toekomst af te stoten.
De fabrieken zouden dan wel voor Stellantis blijven werken (zo merkt de woordvoerder sussend op), maar geen eigendom meer zijn van het bedrijf. Waar dat op de langere termijn toe kan leiden,, weten ze inmiddels bij VDL Nedcar: geen productieopdrachten meer als alle auto’s onder eigen dak gebouwd kunnen worden. De Opel fabriek in Eisenach kwam vorige week al negatief in het nieuws omdat die sowieso al tot volgend jaar de deuren sluit vanwege het chiptekort. Een dergelijke lange productie-onderbreking is zeldzaam voor een autofabriek en óók verontrustend.
Verzachtende omstandigheid is dat Stellantis momenteel in zwaar weer verkeert. Door het chiptekort bouwt het autoconcern dit jaar naar verwachting zo’n 1,4 miljoen auto’s minder dan gepland. De complete sector kijkt dit jaar naar verwachting tegen een verlies van 7,7 miljoen auto’s aan. Dat zou neerkomen op een omzetverlies van ongeveer 180 miljard euro. De aanhoudende chipcrisis is dus een groot probleem voor Stellantis. Het concern kampt momenteel met overcapaciteit en dat zou kunnen leiden tot meerdere fabriekssluitingen. Sowieso verwacht Stellantis dat het chiptekort nog tot diep in 2022 zou aanhouden. De situatie zal dus nog enige tijd zeer nijpend blijven en het is de vraag hoe het concern daarop anticipeert.
Het spreekt voor zich dat de Duitse vakbonden niet bepaald staan te juichen over de plannen van Stellantis. Ze zijn vooral bang voor wat de stap kan betekenen voor de langere termijn. Door de fusie van Peugeot SA met Fiat Chrysler Automobiles, is het krachtenveld in Europa verplaatst naar Frankrijk en Italië. Duitsland is een derde wiel aan de wagen voor het autoconcern. Het gevaar is nu dat de productie meer en meer naar Frankrijk en Italië verplaats zal worden. Zowel de Opel Grandland, die zijn technische basis deelt met de Peugeot 3008, als de Mokka, die afgeleid is van de Franse B segment modellen, zien in Frankrijk al het levenslicht.
Bovendien zijn er meer ongunstige voortekenen, zoals de constatering dat de fabrieken van het (nu voormalige) Peugeot SA efficiënter zouden werken dan die van Opel. Voor de productiefaciliteiten van Fiat Chrysler Automobiles in Italië geldt dat beslist niet, maar daar zijn de tenen bij de vakbondsvertegenwoordigers veel langer en het lontje korter. Om stakingen en andere vormen van arbeidsonrust te voorkomen, doet Stellantis er daarom verstandig aan om daar geen slapende honden wakker te maken. In Duitsland zal de saneringssoep minder heet gegeten gaan worden, zo is de inschatting.
Toen Opel door Peugeot SA werd overgenomen, heeft dit moederbedrijf altijd bij hoog en bij laag volgehouden dat de efficiëntieslag die gemaakt moest worden geen fabriekssluitingen met zich mee zou brengen. Er is zelfs getekend voor een baangarantie in Duitsland tot 2025. Maar dat jaar is niet eens meer zo heel ver weg. Bovendien houdt Stellantis zich aan haar belofte als de Opel fabrieken verkocht gaan worden, maar nog wel een aantal jaar auto’s mogen produceren. Dan blijven de productiefaciliteiten immers nog (enige tijd) open. Wat er daarna in Rüsselsheim en Eisenach gebeurt, zal het door Fransen en Italianen gedomineerde Raad van Bestuur van Stellantis een zorg zijn.
