In Nederland zijn nu meer dan een half miljoen laadpunten voor elektrische auto’s. Daarmee behoort ons land tot de koplopers van Europa. Toch zijn er ook zorgen over de toekomst van elektrisch rijden. Dat valt te lezen in een rapport van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL), dat aan de Tweede Kamer is aangeboden.
Het rapport gaat over de private, (semi-) publieke laadpunten en snelle laadpunten die beschikbaar zijn in Nederland. Het grootste deel van de 500.000 laadpalen bestaat uit privélaadpunten. Naar schatting zijn dat er 384.200. Verder zijn sommige publieke laadpunten alleen beschikbaar via bijvoorbeeld werk- en bezoeklocaties, zoals kantoorpanden en supermarkten. De aanleg van snelle laadpunten zit in de lift: op steeds meer plekken komen deze publiekelijk beschikbaar.
Binnen de NAL werken overheden, kennisinstellingen en netbeheerders samen om ervoor te zorgen dat Nederland voldoende laadpalen krijgt. Het samenwerkingsverband ziet een trend dat gemeentes bezig zijn met het ontwikkelen van een betere planning waar laadpalen beschikbaar moeten komen. Toch voorziet de organisatie ook mogelijke problemen voor de toekomst van elektrisch rijden omdat de kosten zijn opgelopen.
“Door de energiecrisis is het laden van een auto soms wel 2 tot 3 maal duurder geworden. Het wegvallen van fiscale stimulering na 2025 en de hogere motorrijtuigenbelasting vanwege het hogere gewicht van elektrische auto’s zal dat effect verder verergeren”, zegt Gerben Jan Gerbrandy, voorzitter van de NAL. Daarnaast ervaart ook de logistieke sector een probleem. Wanneer de netcapaciteit niet slim benut wordt, heeft dit overbelasting tot gevolg. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld nieuwe zonne-energieprojecten plaatselijk niet volledig worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Vooral snelle laadpunten en laadmogelijkheden voor zwaar vervoer vragen veel elektriciteit van het net. Ook zijn de kosten voor de aanleg van oplaadpalen op dit moment relatief hoog.
Met het voortgangsrapport dat nu is aangeboden aan de Tweede Kamer hoopt de NAL hulp te krijgen van het Rijk om te werken aan oplossingen. De organisatie wil elektrisch rijden in de toekomst aantrekkelijk houden. Ze kijken hierbij ook naar de klimaatdoelen van het kabinet over de uitstoot van vervoer. “Zonder maatregelen die de elektrische auto in verhouding tot de fossiele brandstofmotor financieel aantrekkelijker maken, kunnen de klimaatdoelen van het kabinet ten aanzien van mobiliteit ernstig in gevaar komen”, zegt Gerbrandy.
In het klimaatakkoord staat dat in 2050 alle voertuigen uitstootvrij zijn. Op dit moment zijn er naar schatting zo’n 335.000 elektrische auto’s en de overheid verwacht dat dit er bijna 1,9 miljoen zullen zijn in 2030. Uit het rapport komt naar voren dat veelal in het noorden van Nederland mensen hun elektrische auto thuis opladen. In andere, meer stedelijke regio’s zijn er meer publieke laadpunten, omdat eigenaren van elektrische auto’s daars vaker geen eigen oprit of parkeerplaats hebben. De NAL streeft ernaar dat elektrisch laden overal eenvoudig is.
Op dit moment stijgt het aantal (deels-)publieke laadpunten naar verhouding mee met de stijging van elektrische auto’s in de afgelopen jaren. Met één publieke laadpaal worden momenteel zo’n zeven voertuigen opgeladen. De EU heeft als norm dat er 1 laadpunt moet zijn voor 10 voertuigen. Nederland voldoet daar dus al ruimschoots aan.
