Seat zet met de start van de bouw van een assemblagefabriek voor accucellen in Martorell naar eigen zeggen een belangrijke stap op het gebied van elektrificatie. De nieuwe productiefaciliteit is direct gelinkt aan ‘Workshop 10′ waar Seat compacte elektrische auto’s voor de Volkswagen Groep gaat produceren, waaronder de Raval van spin-off Cupra (foto).
Seat investeert 300 miljoen euro in de bouw van de assemblagefabriek. De geldinjectie vindt plaats binnen het kader van het nieuwe ‘Battery Perte Vec’: een publiek-private samenwerking die onder meer de transitie naar elektromobiliteit stimuleert en waarbij de Spaanse overheid nauw betrokken is. De bouw van de fabriek start binnen enkele weken en is naar verwachting in 2025 afgerond. De totale oppervlakte van het complex bedraagt zo’n 64.000 m2, oftewel het equivalent van 9 voetbalvelden. Het project levert meer dan 400 directe en 100 indirecte banen op.

In Martorell gaat Seat onder meer cellen assembleren die door PowerCo worden geproduceerd in Sagunto nabij Valencia. PowerCo is binnen de Volkswagen Group verantwoordelijk voor alle activiteiten op het gebied van batterijen. De nieuwe assemblagefabriek in Martorell is direct aangesloten op ‘Workshop 10′, waar zoals gezegd compacte, elektrisch aangedreven modellen voor diverse merken van de Volkswagen Groep geproduceerd gaan worden. De korte lijn tussen de assemblagefabriek en de productiefaciliteit voor de auto’s zelf draagt volgens Seat bij aan het optimaliseren van logistieke processen en aan het verminderen van de carbon footprint.
Seat investeert samen met de Volkswagen Groep 10 miljard euro in de toekomst van duurzame mobiliteit. Bij deze grootste industriële investering in Spanje ooit staat een belangrijke ambitie centraal: Spanje omvormen tot een Europese hub voor elektrische mobiliteit. De elektrificatie van de automotive industrie in Spanje levert duizenden nieuwe banen op, althans dat is de verwachting, en draagt bij aan een sterke concurrentiepositie. Seat benadrukt daarbij dat alleen een goede samenwerking tussen de publieke en de private sector dit soort projecten met succes mogelijk kan maken.
