De kwaliteit van nieuwe auto’s was nog nooit zo slecht als nu. Dat blijkt althans uit de jaarlijkse, grootschalige enquête van het gezaghebbende onderzoeksinstituut J.D. Power. Zelfs zoiets simpels als een portiergreep blijkt steeds vaker problemen op te leveren. Welke problemen doen zich nog meer voor? Welke auto’s zijn aan te raden en welke scoren het slechtst?
Tesla en Polestar hebben niet officieel meegewerkt aan het zogeheten ‘Initial Quality Study’ onderzoek en dat is begrijpelijk. Maar verzachtende omstandigheid is dat deze merken gespecialiseerd zijn in elektrische auto’s en die kan je qua klanttevredenheid wellicht niet over één kam scheren met fabrikanten van conventioneel aangedreven personenwagens, zoals Toyota. Bovendien kunnen de resultaten niet gezien worden als een graadmeter voor de kwaliteit van nieuwe auto’s wereldwijd omdat merken als Citroën, Fiat, Peugeot en Renault vertegenwoordigd zijn.
De studie wordt al 37 jaar uitgevoerd door J.D. Power, maar de resultaten waren nog nooit zo slecht als nu. “Kwaliteit is minder belangrijk dan innovatie”, concluderen de onderzoekers. Zij hebben bij kopers van een nieuwe auto geïnformeerd naar meer dan 200 mogelijke problemen. Die werden onderverdeeld in 9 categorieën. Daarbij werd niet alleen gevraagd naar zaken waar men vol lof over was, maar ook naar aspecten die tot ergernis leidden. Bijvoorbeeld omdat bepaalde functies niet goed bleke te werken. Zoals bijvoorbeeld een navigatiesysteem dat vast loopt. In totaal waren er 93.380 respondenten die allemaal 223 vragen over de kwaliteit van hun auto voorgelegd kregen.

De uitkomsten worden weergegeven in het aantal problemen per 100 auto’s. Een lagere score duidt dus op een betere kwaliteit auto. Een hoge score wijst dan weer op een slechte kwaliteit van de auto vanwege een bovengemiddeld groot aantal problemen. In de meting van 2022 lieten alle automerken die door J.D. Power onderzocht werden samen een gemiddelde optekenen van 180 problemen per 100 auto’s. Dat is 18 problemen per 100 auto’s méér dan in 2021. Dit jaar is het beeld nog negatiever. Het gemiddelde aantal problemen per 100 auto’s is nu namelijk opgelopen tot 192. Niet alleen het slechtste cijfer ooit, maar gemiddeld 30 problemen meer in 2 jaar tijd is een nooit eerder geziene stijging.

Dat zelfs portiergrepen nu problemen opleveren, komt doordat voor autofabrikanten simpele deurhendels niet meer volstaan. Steeds meer merken kiezen voor exemplaren die reageren op aanraking, of voor in de carrosserie verzonken types. Technologie is dus de grootste boosdoener. Over de hele linie. Auto-eigenaren melden ook vaak slecht werkende infotainmentsystemen en klagen over rijhulpmiddelen die de hele tijd voor niks ingrijpen. Een andere bron van ellende zijn volgens J.D. Power draadloze updates. Die wekken vooral frustratie op want waarom verliet de auto de fabriek niet met deugdelijke software? Opvallend is dat veel automerken die de voordelen van draadloze updates prediken, onderaan de lijst bungelen. Eigenlijk is er alleen goed nieuws te melden over auto gerelateerde apps voor smartphones. Daarover zijn steeds meer mensen tevreden. Ze worden vooral gebruikt om de laadtijd en het rijbereik te controleren en worden logischerwijs nagenoeg uitsluitend door bestuurders van elektrische personenwagens gebruikt.
Dat het Amerikaanse Dodge de beste score behaalde, is geen toeval. Dit merk loopt samen met het Ram (dat ook tot het Stellantis concern behoort) in technologisch opzicht nogal achterop bij de concurrentie. Ook General Motors is niet bepaald een pionier. Met als gevolg dat Buick, Chevrolet en GMC eveneens opvallend goed scoorden. Alfa Romeo, dat op kwaliteitsgebied geen al te beste reputatie heeft, nestelt zich bij de top met amper 143 gebreken per 100 auto’s. Maar ook voor dit merk geldt dat de modellen (Giulia en Stelvio) minder hightech zijn dan de producten van met name de Duitse premium autofabrikanten. Zo behaalde Audi een score van 221 problemen per 100 auto’s. Volvo maakt het echter het bontst met gemiddeld 250 problemen. Het Zweedse automerk speelt daarmee met vuur want J.D. Power is zeer invloedrijk in de Verenigde Staten en consumenten in dit land laten zich veel meer door de uitkomsten van tevredenheidsonderzoeken leiden dan bij ons.
Het is een feit dat Volvo modellen die onder het bewind van het nieuwe moederbedrijf Geely zijn ontwikkeld, minder degelijk zijn dan hun voorgangers. Dat komt niet in de laatste plaats door de gebruiksonvriendelijke infotainment systemen. Volvo probeert op tal van terreinen het beste jongetje van de klas te zijn, maar is blijkbaar te klein om het hiervoor noodzakelijke testwerk deugdelijk te doen. Dat wreekt zich en komt tot uiting in tal van tevredenheidsonderzoeken. Het is een kwestie van tijd tot de klant het voor gezien houdt vanwege het niet goed functioneren van Volvo modellen.
