De commissie Leefmilieu van het Europees Parlement stelt voor om de invoering van de nieuwe Euro 7 uitstootnormen voor auto’s uit te stellen tot 1 juli 2030. Volgens dit scenario, dat volgende maand wordt gepresenteerd aan de plenaire vergadering, zouden de huidige uitstootnormen voor personenwagens nog bijna 7 blijven gelden. De Europese Commissie was voornemens om ‘Euro 7’ al in 2025 van kracht te laten worden.
Het voorstel dat in het parlement voorlag, werd goedgekeurd met 52 stemmen vóór en 32 stemmen tegen. Er was 1 onthouding. Het voorstel kreeg vooral de steun van rechtse politieke partijen, waar de lobbyisten van de auto-industrie kind aan huis zijn. “Het zou contraproductief zijn milieubeleid in te voeren dat de Europese industrie en de burgers schade berokkent”, zo verklaarde Alexandr Vondra, parlementslid voor de centrum-rechtse ECR uit Tsjechië. Je weet wel, de bakermat van Skoda.
Volgens de EVP (Christen-Democraten) zou het overhaast invoeren van de Euro 7 norm autofabrikanten dwingen om grote sommen geld te investeren om aan de nieuwe emissie-eisen te voldoen. Die zouden dan op de consument verhaald gaan worden want de kosten moeten natuurlijk wel terugverdiend worden. De EVP vindt bovendien dat de Groenen en de Socialisten ‘even hun bek moeten houden’ “omdat zij al nieuwe personenwagens met een verbrandingsmotor per 2035 hebben laten verbieden”.
Vanuit linkse hoek wordt er evenwel op gewezen dat luchtvervuiling elk jaar ongeveer 300.000 vroegtijdige sterfgevallen in de Europese Unie veroorzaakt. De socialisten waarschuwen voor een pervers gevolg van een versoepelde timing. “De afwezigheid van de ambitieuze Euro-7 norm per 2025 zal er wellicht toe leiden dat er striktere maatregelen komen zoals zero-emissiezones in de steden. Daar worden vooral oudere voertuigen door getroffen, oftewel auto’s die gereden worden door mensen die het niet breed hebben”, zo waarschuwde Christel Schaldemose (S&D). Dat zou dus vooral mensen met een laag inkomen treffen en daar slaan de socialisten traditioneel op aan.
De lidstaten van hun kant zijn 3 weken geleden al overeengekomen om met het parlement te gaan onderhandelen op basis van een minder scherp voorstel dan dat van de Europese Commissie.
