De goedkoopste modellen van de 5 grootste Europese autobouwers zijn in de afgelopen 4 jaar 41 procent duurder geworden. Dat is bijna dubbel zoveel als de inflatie. Die bedroeg in die periode 21 procent. De forse prijsstijging van goedkope auto’s blijkt uit een analyse door Transport & Environment (T&E). Deze organisatie vermoedt dat de autofabrikanten daarmee hun winsten hebben gespekt.
T&E ging na hoeveel de goedkoopste modellen van de 5 grootste Europese autofabrikanten in 2019 in Duitsland kostten en hoeveel er nu voor moet worden betaald. Voor types als de Peugeot 208, de Seat Ibiza en de Renault Twingo ging het om prijsstijgingen van zo’n 6.000 euro. De goedkoopste modellen van Mercedes werden zelfs afgerond 10.000 euro duurder. Bij BMW bleef de prijsstijging relatief beperkt tot circa 2.000 euro.
Voor een deel kan de prijsstijging worden verklaard door de hogere kosten voor onderdelen, energie en arbeid. Maar de forsere tarieven die de 5 grootste Europese autobouwers nu rekenen, kunnen daar slechts voor de helft door worden verklaard, zo stellen analisten van J.P. Morgan. Dit betekent dat de rest van de prijsstijging tot hogere bedrijfswinsten heeft geleid. In 2019 verdienen de 5 grootste Europese autobouwers gezamenlijk 28 miljard euro. In 2022 was dat 64 miljard euro.
“Een deel van de prijsverhoging heeft geleid tot hogere winsten”, zo laat T&E weten. Hun stelling wordt ondersteund door de constatering dat de prijzen volgend jaar weer gaan dalen doordat er een overaanbod aan auto’s dreigt. Onder meer de topman van Stellantis, de maker van Citroën, Fiat, Opel en Peugeot, deed die voorspelling.
De prijsstijgingen halen volgens T&E het argument onderuit dat autobouwers onvoldoende geld in kas zeggen te hebben om investeringen te financieren waarmee voldaan kan worden aan de nieuwe uitstootnorm Euro 7. Fabrikanten klagen dat de strengere emissieregels auto’s duurder maken, wat niet in het belang van de consument zou zijn. Maar zij hebben dus de afgelopen 4 jaar de prijzen sterker verhoogt dan op basis van de kosten verwacht zou mogen worden. Bovendien worden auto’s, zo stel T&E, door Euro 7 ‘slechts’ 200 euro duurder. Dit bedrag valt in het niet bij de prijsstijgingen die de 5 grootste Europese autobouwers dus zelf in de afgelopen jaren hebben doorgevoerd. “Na dieselgate is opnieuw vastgesteld dat de fabrikanten hun eigen winst belangrijker vinden dan de volksgezondheid”, zo stelt T&E.
Verschillende lidstaten hebben zich onder druk van de autolobby inmiddels tegen de nieuwe emissienorm uitgesproken. In het Europees Parlement heeft de Commissie Leefmilieu de Euro 7 verplichtingen verzwakt. Invoering van de nieuwe uitstootnorm zal, als het aan deze commissie ligt, worden uitgesteld tot 2030. Aanvankelijk was invoering in 2025 voorzien. T&E hoopt dat bij de plenaire stemming deze verzwakking teniet wordt gedaan. “De vraag is waarom autofabrikanten de prijs met duizenden euro’s optrekken, terwijl zich tegelijkertijd sterk verzetten tegen een emissieregeling die auto’s 200 euro duurder maakt”.
