Opel heeft deze week de eerste prijzen bekendgemaakt van de nieuwe Frontera. De tarieven van dit B-segment SUV model, die de Crossland aflost, zijn ongekend scherp want er kan al voor 29.499 euro worden ingestapt. De elektrische variant is voor slechts 1.000 euro meer ‘zu haben’.
Je zou denken dat dit goed nieuws is, maar ik heb zeer gemengde gevoelens bij de introductie van de Frontera. Dat komt omdat deze SUV zeer nauw verwant is aan de nieuwe Citroën C3 Aircross; een model dat namens het Stellantis concern de taak heeft gekregen om de Dacia Duster te gaan beconcurreren. Hiertoe is er een nieuw, goedkoop te produceren onderstel ontwikkeld: het zogeheten Smart Car platform. Deze basis zal ook door Fiat gebruikt gaan worden voor diverse prijsscherpe nieuwe modellen, waaronder de volgende generatie Panda.

Ik heb direct al een aantal vragen: waarom werd Opel gedwongen om het basisontwerp van de Frontera te delen met Citroën voor haar C3 Aircross? Zo slecht verkocht de Crossland toch niet dat er geen businesscase te maken viel voor een ‘unieke’ opvolger? En waarom wordt Opel nu in de budgethoek geduwd? Daar hoort het merk historisch gezien toch helemaal niet thuis? Opel heeft al decennialang te maken met een afbladderend kwaliteitsimago. Dat begon al toen de boekhouders van General Motors het nog voor het zeggen hadden bij het Duitse merk. Desondanks bleef Opel verlies lijden (de reden: er waren steeds minder klanten voor de margerijke modellen aan de bovenkant van het gamma) en in het kader van ‘America first’ werd de dochter uit Rüsselsheim toen verkocht aan Peugeot SA. Van dat nieuws kreeg menig Opel fan direct een knoop in hun maag, want opgekocht worden door een firma die zijn auto’s met de Franse slag vervaardigd: daar wordt niemand vrolijk van.
De vrees dat Opel van de regen in de drup zou raken, werd al snel bewaarheid. Dealers, die onder andere de Grandland (X) met PureTech turbobenzinemotor in hun mik geduwd kregen begonnen al snel te klagen over de fragiele bouw van deze 3-pitter. Het vervolg is bekend: zonder overdrijven kan gesteld worden dat de PureTech krachtbron vanuit kwaliteitsoogpunt een van de slechtste motoren is uit de recente geschiedenis. Niet voor niets hebben heel wat occasionkopers een tegeltje naast hun bed hangen met daarop de tekst “koop NOOIT een Citroën, DS of Peugeot met deze benzinemotor. En dus ook geen Opel”.
Toen de puinhopen van Opel aan het Franse Peugeot SA werden overgedaan, werd beloofd dat het merk was gered. De verkoopcijfers vertellen een heel ander verhaal. Neem de Nederlandse registratiecijfers. In april tuimelde het aantal inschrijvingen omlaag van 1.601 naar 382 stuks. Daarmee was Opel, ooit decennialang marktleider slechts goed voor 1,5 procent van de totale autoverkopen in ons land. De snelweg richting de afgrond kan niet duidelijke geïllustreerd worden.
Ook in Duitsland, de thuismarkt van Opel, gaat het niet goed met de verkopen. De hoop dat het merk met het bliksemlogo tegengas kon bieden aan Volkswagen, was al lang geleden opgegeven. Opel hoorde sowieso niet meer thuis in de top-5 van best verkochte merken in eigen land (waar zij in de vorige eeuw geregeld bovenaan stond): die plaatsen werden definitief geclaimd door Mercedes, Audi en BMW. Dat is nog tot daar aan toe. Je kan Duitsers nou eenmaal niet verwijten dat zij hun eigen premium merken een warm hart toedragen. Maar sinds 2 jaar hebben onze oosterburen veel liever een auto van het ‘Fremd Marke’ Skoda. En in de eerste maanden van dit 2024 werd Opel in de verkoopstatistieken trouwens ook ingehaald door een andere Volkswagen dochter: Seat.
What’s next? Ingehaald worden door Hyundai? In ons land is dat al lang gebeurd. Sterker nog: in april had zelfs Dacia meer fans dan Opel. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor Suzuki. Ja, de verkooprol van Opel is gemarginaliseerd. En nog steeds lijken de alarmbellen bij Stellantis niet af te gaan. Nee, Opel wordt met budgetmodellen als de Frontera alleen maar verder de afgrond ingeduwd. Sinds de fusie van Peugeot SA met Fiat Chrysler Automobiles is het management van Stellantis een een Frans/Italiaans onderonsje geworden. Zij maken de dienst uit. Opel krijgt hooguit wat kruimels toegeworpen. Zoals een ‘half’ SUV model dat gedeeld moet worden met Citroën.
Wat voor schade Franse managers kunnen aanrichten bij bedrijven die ooit een uitstekende reputatie hadden, weten wij van onze eigen KLM. Is het eigenwijsheid of arrogantie? In het geval van Opel is het allebei vrees ik. Stellantis topman Carlos Tavares weigert eenvoudig te erkennen dat op de Duitse automarkt middenklassers en alles wat daar boven zit beter verkoopt dan grut wat je ook in armoedige Franse en Italiaanse steegjes kan tegenkomen. Maar terwijl Citroën de C5 X kreeg en Peugeot de 508 blijft verkopen, werd Opel gedwongen om het D-segment te verlaten door de Insignia te saneren. Ter compensatie een kloeke 7-zits SUV waarmee de Skoda Kodiaq etc. beconcurreerd kan worden? Mag niet van Stellantis.
En zo wordt Opel het leven steeds meer onmogelijk gemaakt. Ik heb altijd gedacht dat Stellantis, dat 14 merken in portefeuille heeft, een van haar premium labels (DS) zou gaan wegsnoeien om zo groeiruimte voor anderen (Alfa Romeo, Jeep, Lancia) te creëren. Nu begin ik te geloven dat de Fransen en Italianen tegen elke economische wijsheid in (Duitsland is de grootste automarkt van Europa, dus het is belangrijk dat juist daar een merk stevig in het zadel zit) liever Opel kapot bezuinigen dan dat DS één model minder krijgt. Stel je voor …
