Onrealistisch, onbetrouwbaar en onduidelijk. Zo vat de Europese Rekenkamer de strategie van de Europese Unie op het gebied van groene waterstof samen.
De ambtenaren die in Brussel het rekenwerk doen, hebben kritisch gekeken naar de plannen van de Europese Commissie voor groene waterstof en komen met een hard oordeel: “Het industriebeleid van de Europese Unie inzake hernieuwbare waterstof is aan een reality check toe”.
Vorig jaar beloofde de Europese Unie dat er in 2031 per iedere 200 kilometer aan hoofdwegen 1 waterstoftankstation zou moet staan. Dat klinkt goed, maar deze stations zijn vooral voor vrachtwagens die op waterstof rijden. Fabrikanten van personenauto’s met dit aandrijftype zijn het niet eens met deze aanpak. Het gaat daarbij niet alleen om Toyota (foto) en Hyundai die al een waterstof model in hun assortiment hebben, maar ook sportwagenspecialisten die zich niet blind (willen) staren op zware batterij-elektrische auto’s, zoals Alpine en Ferrari.
De Europese Commissie wil dat er in 2030 in totaal 10 miljoen ton aan groene waterstof wordt produceren door de EU lidstaten en dat zij nog eens 10 miljoen ton invoeren. Op die manier kan er voldaan worden aan de verwachte vraag van 20 miljoen ton. Maar de Europese Rekenkamer vindt dat natte vinger werk. De aantallen zijn gebaseerd op politieke wensdenken en niet op degelijke markt onderzoeken. Volgens de Europese Rekenkamer zal de vraag in 2030 nog niet eens de helft zijn van waar de Europese Commissie over droomt. Ook omschrijft zij de productiedoelstelling als “onhaalbaar”.
Een ander probleem dat de Europese Rekenkamer signaleert, is het feit dat er geen unie-brede algemene strategie is voor de import van groene waterstof. De lidstaten maken hier momenteel geen afspraken over, en het beleid van bedrijven en overheden ligt niet op één lijn. Lidstaten kunnen putten uit een fonds van 18,8 miljard euro, maar dat gebeurt nu lukraak. Nederland is een van de landen die hier het meeste geld uit haalt, onder andere voor een waterstoffabriek in Groningen. Het is volgens de Europese Rekenkamer echter nog helemaal niet zeker dat de capaciteit die nu gecreëerd wordt volledig gebruikt zal kunnen worden.
De Rekenkamer heeft voor de Europese Commissie een 3-tal opdrachten. Ten eerste moet zij er voor gaan zorgen dat het voor bedrijven interessanter wordt om groene waterstof te produceren en moet er in kaart gebracht gaan worden wie er allemaal gebruik gaan maken van deze duurzame energiebron. Ten tweede moet duidelijk worden waar de investeringen (waarvoor dus 18,8 miljard euro beschikbaar is) naartoe gaan. Ten derde moet de Europese Commissie bepalen of alle waterstof binnen de unie geproduceerd moet worden of dat de groene energiebron ook van andere landen dan de lidstaten mag komen.
Het onduidelijke beleid van de Europese Commissie betekent dat Toyota, Hyundai en andere autofabrikanten met (plannen voor) een waterstofauto weinig heil uit Brussel hoeven te verwachten. Ook de nieuwe Nederlandse regering zal hen weinig hulp bieden. Die ziet waterstof vooral als een middel om de industrie duurzamer te laten functioneren. Jammer, wat de groene energiebron kan ook voor modellen als de Toyota Mirai en de Hyundai Nexo interessant zijn. Zeker als die bij tankstations voor vrachtwagens terecht kunnen voor een nieuwe portie waterstof.
Wetenschappers slaan alarm: géén waterstofauto’s tijdens de Olympische Spelen
De 2024-editie van de Olympische Spelen moet de duurzaamste ooit worden. Daartoe zal een waterstofauto gebruikt worden als vervoermiddel voor de atleten. Toyota stelt daarvoor 500 exemplaren van de Mirai beschikbaar. Maar wetenschappers luiden daarover de noodklok.
Toyota is al geruime tijd de officiële mobiliteitspartner van de Olympische Spelen. Tijdens de vorige editie in Tokio wilde het merk al groots uitpakken, maar vanwege het coronavirus en de weigering van de Japanse regering om het sportevenement om deze reden uit te stellen, liep dat een beetje spaak. Maar in Parijs wil Toyota echt haar groene stempel op de Olympische Spelen drukken.
Wetenschappers zijn echter van mening dat de Olympische Spelen in Parijs door het gebruik van de Mirai eerder ‘grijs’ dan ‘groen’ van kleur zullen zijn. Dat komt niet doordat de betreffende Toyota nogal een bleke Bet is om te zien, maar omdat 96 procent van de wereldwijd geproduceerde waterstof nog altijd van fossiele brandstoffen zoals methaan komt. Dat wordt “grijze waterstof” genoemd.
‘Groene waterstof’ wordt met wind- en zonne-energie geproduceerd, maar komt nog nauwelijks voor, en in Europa is beschikbaarheid al helemaal een probleem, aldus de 120 wetenschappers van onder meer de universiteit van Oxford, Cambridge en Colorado die aan de bel hebben getrokken. Toyota doet er volgens hen verstandig aan om de Mirai thuis te laten en alleen batterij-elektrische auto’s in te zetten voor het vervoer van de atleten, zoals de BZ4X.
Toyota laat in een reactie weten dat de Mirai’s tijdens de spelen op groene waterstof zullen rijden, maar de wetenschappers blijven kritisch. Dat komt doordat de kans 96 procent is dat iemand die een Mirai koopt, grijze waterstof zal tanken. Dat is dus allesbehalve duurzaam.
