Stellantis behaalde in het derde kwartaal een 27 procent lagere omzet, zo blijkt uit de meest recente cijfers over het bedrijf. De omzet over de periode juli t/m september kwam uit op 33 miljard euro. Het autoconcern kampte met vertragingen bij de marktintroductie van nieuwe modellen (zoals de Citroën ë-C3), terugroepacties (met name voor Citroën modellen met ondeugdelijke airbags) en zowel in de Verenigde Staten als Europa een krimp van het marktaandeel.
In Noord-Amerika was de omzetdaling van het moederbedrijf van onder andere Chrysler, Dodge, Jeep en Ram liefst 36 procent groot. De Europese omzet bleef echter relatief stabiel, dit ondanks een fors verlies aan marktaandeel. waardoor de klap uit Noord-Amerika deels kon worden opgevangen.
Er zijn meer autofabrikanten die het moeilijk hebben op het internationale toneel. Maar de problemen bij Stellantis hebben een speciale dimensie omdat ze voornamelijk geconcentreerd zijn in Noord-Amerika. Er lijkt een vloek te rusten op Europees management van bedrijfsactiviteiten aldaar. Renault vertilde zich ooit aan AMC, het huwelijk tussen Chrysler en Daimler resulteerde in een scheiding en de overname van het Chrysler concern door Fiat bleek op de lange termijn evenmin succesvol.
Maar misschien is het wel helemaal niet ‘spooky’ maar is de simpele economische wijsheid van kracht dat je nooit moet investeren in de nummer-3. Juist de Verenigde Staten tellen alleen de 2 grootste spelers. Dat geldt niet alleen voor de presidentsverkiezingen, maar ook voor frisdrankproducenten (Coca Cola en Pepsi Cola), hamburgerketens (McDonalds en BurgerKing) en dus ook autofabrikanten (Ford en General Motors). Chrysler is al decennialang een zorgenkind omdat zij in vergelijking met de ‘Big Two’ te weinig slagkracht heeft. Af en toe brandt een optimistische, maar ook naïeve Europese autofabrikant haar handen aan de nummer-3 op de Amerikaanse automarkt, om daarna te moeten concluderen in een moeras te zijn beland.
Stellantis ondervindt echter ook problemen op de Europese markt. De omzet mag dan in het derde kwartaal relatief stabiel zijn gebleven, er was sprake van een fors verlies aan marktaandeel. Dat komt doordat met name Citroën en Fiat ondermaats presteerden. De topman van Stellantis, Carlos Tavares, gaf eerder deze maand daarom aan dat er misschien op termijn Europese fabrieken gesloten moeten worden. Hij gaf deze waarschuwing ook op basis van zijn verwachting dat Chinese producenten zich in Europa zullen vestigen om zo de verhoogde importtarieven van de Europese Unie te omzeilen.
Tavares blijft ondanks de tegenvallende cijfers optimistisch. Hij belooft tevens dat er veranderingen in het topmanagement op komst zijn. Onder andere de financieel directeur van Stellantis is inmiddels de laan uitgestuurd. Tavares heeft vertrouwen in de toekomst omdat er sprake zou zijn van een relatief grote vraag naar nieuwe modellen, waaronder de Citroën C3 (helaas kampt de elektrische versie met softwareproblemen) en de Peugeot 3008. Stellantis is van plan om dit jaar 40 volledig elektrische modellen en modelvarianten in Europa op de markt te brengen.
