Martin van Eijk, voorzitter van Belangenvereniging Tankstations (BETA), luidt de noodklok: het kabinet moet snel ingrijpen om te voorkomen dat benzine in januari voor veel mensen onbetaalbaar wordt. Als er niet wordt ingegrepen, dan wordt 1 liter benzine volgend jaar 25,8 cent duurder.
De verwachte prijsstijging is gebaseerd op uitspraken van minister Barry Madlener (Infrastructuur en Waterstaat, PVV). Ook in de jaren na 2026 gaat de prijs verder omhoog, namelijk in 2027 en 2030. Oorzaken zijn dan een serie Europese maatregelen. De regelgeving voor brandstofleveranciers wordt dan aangescherpt. Daardoor komt er nog eens 24 cent bij de prijs, zo is de verwachting. Al met al gaat het dus om een prijsstijging van 50 cent.
Dat er per 1 januari a.s. rekening moet worden gehouden met een prijsstijging van 26 cent, komt doordat de accijnsverlaging uit 2022 (bedoeld om automobilisten tegemoet te komen vanwege de dure brandstof als gevolg van de Russische inval in Oekraïne) vanaf 2026 komt te vervallen. Van Eijk zegt daarover: “Voor automobilisten is dat een schrikbeeld. Het prijsverschil met onze buurlanden wordt volgend jaar zo groot dat de grenspomphouders in ieder geval de nek omgedraaid worden. Wij zijn dan 40 tot 50 cent per liter duurder. Daarom pleiten wij voor het behoud van de accijnsverlaging”.
Als het kabinet niet ingrijpt, zal met de jaarwisseling dus een prijsstijging van 26 cent plaatsvinden. De duurdere brandstof bezorgt de coalitie een nieuw probleem. Als de accijnsverlaging per 1 januari a.s. ongedaan wordt gemaakt, kan kost dat 1,6 miljard euro (maar niet ingrijpen kost mogelijk ook stemmen). Minister Madlener baalt naar eigen zeggen eveneens van de aanstaande prijsverhogingen en hoopt dat er een oplossing komt:. “Mobiliteit moet voor iedereen betaalbaar blijven. Die doelstelling staat echter onder druk. Daar zijn wij bezorgd over. Ik hoop dat het kabinet met de schaarse middelen die wij hebben er wat aan kan doen”. Kamerlid Olger van Dijk (NSC) waarschuwt bovendien dat vooral mensen met een kleine beurs afhankelijk zijn van hun auto.
De wensenlijst van de Tweede Kamer en het kabinet wordt daardoor alsmaar groter en groter. Niet alleen de accijnsverhoging wil men terugdraaien, ook wil men nog geld vinden om de bezuinigingen op onderwijs te voorkomen, extra defensie-investeringen mogelijk te maken en het begrotingsgat te vullen, doordat de btw-verhoging op sport en cultuur niet doorgaat. Bronnen in Den Haag zeggen dat deze nieuwe cijfers voor grote onrust in de coalitie van PVV, VVD, NSC en BBB. Deze rechtse partijen wil de koopkracht van ‘hardwerkende burgers’ vergroten, maar moet tegelijkertijd fors bezuinigen. De PVV noch de VVD, het NSC of de BBB heeft lagere brandstofprijzen als speerpunt genoemd, al erkennen ze dat het onderwerp belangrijk is.
Hoewel VVD-leider Dilan Yesilgöz heeft aangegeven dat de brandstofprijzen ‘op tafel’ liggen tijdens de voorjaarsgesprekken, verwachten betrokkenen dat er pas richting Prinsjesdag een besluit komt. Coalitiepartijen willen niet nu al toezeggingen doen, uit angst dat ze andere wensen moeten laten varen.
