Audi neemt binnenkort afscheid van de, onder andere uit de RS3 bekende, 5 cilinder motor. Donkervoort, die deze krachtbron nu nog in haar sportwagens monteert, is daardoor gedwongen om hetzelfde te gaan doen.
In 2022 was met de introductie van de F22 duidelijk dat Donkervoort na dit model geen sportwagen met Audi krachtbron meer zou gaan introduceren. Voor veel klanten was dit reden om als de wiedeweerga een exemplaar van de F22 te bemachtigen. Donkervoort was in eerste instantie van plan om slechts 50 stuks van deze sportwagen te bouwen, maar die oplage bleek veel te weinig te zijn. Er werd toen besloten om 25 extra exemplaren van de open tweezitter te gaan maken. Daarna volgde nog een speciale uitvoering in naakt-carbon, waarvan de oplage op 25 stuks werd gepland. Op basis van deze gelimiteerde editie is er nu dan de Final Edition. Daarvan zullen slechts 5 exemplaren de fabriek in Lelystad verlaten.

Als die ambachtelijke bouwklus is geklaard, is het voor Donkervoort tijd om afscheid te nemen van Audi’s 5 cilinder unit. Dat rouwmoment zal nog dit jaar plaatsvinden. De 5 cilinder motor werd sinds 2011 in de sportwagens uit Lelystand gemonteerd (de primeur was toen voor de D8 GTO). Indertijd was er sprake van 340 pk, maar in de F22 is de krachtcentrale goed voor 500 pk. Het is trouwens een hele eer dat Donkervoort de 5 cilinder motor van Audi mocht gebruiken. De meeste verzoeken werden door Ingolstadt afgewezen.
Donkervoort zal eind dit jaar de opvolger van de F22-serie voorstellen. Die gaat P24 RS heten en krijgt dus een nieuwe motor. Het gaat om een 3,5 liter grote V6 van Ford. Deze leverancier is niet nieuw voor Donkervoort want tot 1999 werd er ook al gebruik gemaakt van techniek van de Amerikaanse autoproducent. De P24 RS wordt waarschijnlijk de eerste sportwagen van het merk met uitlaten aan beide zijkanten van de carrosserie.
