De Europese Unie waarschuwt al langer dat de wereldwijde automarkt overspoeld wordt door goedkope Chinese elektrische auto’s. Maar er dreigt nog een probleem. Chinese fabrikanten dumpen namelijk ook goedkope benzineauto’s op buitenlandse markten. Het gaat om exemplaren die zij in eigen land nauwelijks kwijt kunnen. In China draait alles tegenwoordig om stekkerauto’s. Daarom is de markt voor andersoortige modellen lastig. Die auto’s worden nu massaal geëxporteerd.
Stekkerauto’s, oftewel zogeheten New Energy Vehicles, hebben in slechts enkele jaren tijd de helft van de binnenlandse markt veroverd. Daar zijn niet alleen buitenlandse spelers de dupe van, maar ook veel traditionele Chinese autofabrikanten. Die zagen hun verkoop instorten. Nu zij hun modellen zonder stekker niet meer in eigen land kunnen slijten, overspoelen die voertuigen nu de rest van de wereld.
De Europese Unie richt zich op de dreiging van de zwaar gesubsidieerde Chinese elektrische auto’s. Dat doen de lidstaten door hun markten te beschermen met importheffingen. De Verenigde Staten hanteert nog hogere invoerbelastingen. Maar Amerikaanse en Europese autobouwers ondervinden op hun exportmarkten steeds meer concurrentie van niet-geëlektrificeerde Chinese voertuigen. Die concurrentie is voelbaar van Servië tot Uruguay en Zuid-Afrika. Ruim driekwart van de Chinese auto-export bestaat uit modellen zoder stekker. Uit gegevens van het Chinese adviesbureau Automobility blijkt dat het totale aantal jaarlijkse leveringen in 2025 is gestegen van 1 miljoen naar zo’n 6,5 miljoen exemplaren. Dat is een gigantische toename.
Die Chinese auto’s zonder stekker vinden elders in de wereld overigens gretig aftrek. Niet alleen volledig elektrische modellen zijn voor veel mensen in niet-Westerse landen nog veel te duur, maar ook plug-in hybride personenwagens. Daarnaast ontbreekt er ook nog fatsoenlijke laadinfrastructuur. De keuze voor een veel goedkopere auto zonder stekker is dan snel gemaakt. Het is logisch dat de Chinese fabrikanten daar een gat in de markt zien.
De sterke groei van de export van auto’s zonder stekker komt door dezelfde subsidies en maatregelen die eerder al fabrikanten als Volkswagen, General Motors (GM) en Nissan in China in de knel brachten. Nu blijkt uit onderzoek dat de staatssteun voor tientallen Chinese producenten van New Energy Vehicles zorgde voor een felle prijzenoorlog. Dit laat zien hoe ingrijpend het Chinese industriebeleid is: buitenlandse fabrikanten kunnen nauwelijks concurreren met de door de regering in Beijing gesteunde bedrijven.
Uit gegevens van de Chinese overheid blijkt dat alleen al de export van personenwagens zonder stekker in 2024 al voldoende was om het land qua volume tot ’s werelds grootste auto-exporteur te maken. Tot de grootste verschepers behoren staatsgiganten als SAIC, BAIC, Dongfeng en Changan, die historisch gezien afhankelijk waren van joint ventures met buitenlandse autofabrikanten voor technische kennis (en inkomsten). Deze partnerschappen begonnen in de jaren-80 als gedwongen huwelijken tussen Chinese bedrijven en de buitenlandse spelers. Maar sinds de opkomst van innoverende, particuliere fabrikanten van stekkerauto’s (onder leiding van BYD), is de verkoop van deze joint ventures sterk gedaald. Zo trok de combinatie SAIC-GM in China in de periode 2020-2024 slechts 435.000 klanten. Daarvoor waren er van meer dan 1,4 miljoen kopers.
De staatsbedrijven kunnen hun personenwagens zonder stekker op de binnenlandse markt dus niet kwijt, en zien in export de oplossing voor hun problemen. Zo steeg de export van SAIC van bijna 400.000 stuks per jaar in 2020 naar ruim 1 miljoen auto’s zonder stekker in 2024. De export van Dongfeng vervijfvoudigde bijna.
Daarnaast is het zo dat benzineauto’s momenteel beter verkopen in secundaire markten zoals Servië, het Midden-Oosten, Latijns-Amerika en Afrika waar de laadinfrastructuur voor elektrische auto’s nog beperkt is. Op de lange termijn heeft Beijing de ambitie om de wereldmarkt voor New Energy Vehicles te domineren, maar voorlopig richten de autofabrikanten in dit Aziatische land zich op de export van modellen zonder stekker.
Topmanagers van Westerse autofabrikanten erkennen ruiterlijk dat de opkomst van Chinese concurrenten een serieuze bedreiging vormen, vooral vanwege het feit dat hun modellen innovatief en betaalbaar zijn. De auto’s zonder stekker wisten op de Chinese thuismarkt én in de Europese Unie niet of nauwelijks een deuk in een pakje boter te slaan.
Alexander Seitz, topman van Volkswagen Zuid-Amerika, zegt klaar te zijn voor de strijd: “Ik heb geen angst voor de Chinese autofabrikanten. Ik respecteer ze als concurrenten en ze zijn welkom om zich bij het verkoopfeest aan te sluiten”. Maar de vraag is of de Volkswagen Groep als de op 1 na grootste autofabrikant ter wereld representatief is voor alle Westerse spelers. Inmiddels is duidelijk geworden dat kleinere spelers als KGM, Mitsubishi en Nissan veel meer moeite hebben om het hoofd boven water te houden.
