China en de Europese Unie hebben een akkoord bereikt over minimumprijzen voor elektrische auto’s. Daarmee zouden importheffingen nu van tafel zijn.
Het akkoord wordt gepresenteerd als “een witte vlag”. Die zou nu gehesen zijn in de handelsoorlog tussen de Europese Unie en China. Na maanden van dreigementen en importheffingen is Brussel akkoord gegaan met een deal met Peking over minimumprijzen. Deze overeenkomst komt in de plaats van een belasting op in China vervaardigde elektrische auto’s die in de Europese Unie op de markt worden gebracht.
In Peking lacht men nu in zijn vuistje. Kleine auto’s zijn sowieso niet de forte van China. Daar ligt de focus op de bouw van middenklassers in allerlei vormen. Dat zie je ook aan het aanbod dat inmiddels verkrijgbaar is. Dat China inmiddels goed is in de bouw van middenklassers, kan je merken aan modellen als de BYD Seal U, de Lynk & Co 01 en de Xpeng G6. Er worden natuurlijk ook kleine auto’s gebouwd, maar dat hebben Chinezen niet veel kaas van gegeten, getuige gedrochten als de Dongfeng Box (onveilig!), de Leapmotor T03 en de BYD Dolphin Surf.
En nu is men in Brussel dus akkoord gegaan met een oplossing waarmee een beschermwal opgeworpen wordt tegen auto’s die niet eens competitief zijn in ruil voor het schrappen van een importbelasting op modellen waar de Europese auto-industrie wél beducht voor dient te zijn. Hoe dom kan je zijn, Ursula von der Leyen? De deal is koren op de molen voor diegenen die vinden dat er in Brussel dik betaalde dossierschuivers zitten zonder enige kennis van zaken. Er werd al eerder voor gewaarschuwd dat Europa het onderspit dreigt te delven in de concurrentiestrijd met de Verenigde Staten en China. Dat komt niet door een gebrek aan ondernemingslust, maar door incapabele ambtenaren in Brussel die druk bezig zijn met het ingooien van de eigen glazen.
Is het bereikte akkoord dan niet goed voor mensen die in de markt zijn voor een goedkope Chinese auto? Dergelijke modellen gaan sowieso in Europese fabrieken van Chinese merken gebouwd worden, dus dat maakt geen verschil. Door de met Brussel gesloten overeenkomst kunnen zij nu vol op het gas gaan met de export naar Europa van modellen waarvan het verkooppotentieel te laag is om de investering in een Europese productie-infrastructuur te rechtvaardigen, maar waar wel dikke winstmarges op zitten. Met die auto’s gaan de Chinezen in Europa in dezelfde vijver vissen als waar hun Europese collega’s hun geld verdienen. En in Brussel is er niemand die ingrijpt, integendeel.
De deal met China betekent dat de Europese Unie haar strafheffingen tot wel 35,3 procent op Chinese auto’s (bovenop de standaard 10 procent) schrapt. Die invoerbelasting was ingesteld omdat uit onderzoek gebleken was dat de Chinese overheid de autoproducenten oneerlijk zou subsidiëren. Die strafheffing was dus legitiem. Maar merken als SAIC (MG), BYD en Geely (Polestar, Zeekr) ontspringen nu de dans.
De minimumprijs voor Chinese auto’s is nog niet bekend, maar dat is niet relevant. Stel dat de limiet bij 25.000 euro komt te liggen, maar dat bijvoorbeeld BYD eigenlijk van plan was om een bepaald model bij ons voor 23.000 euro aan te bieden. Dat mag straks dus niet (meer). BYD moet het betreffende model voor 25.000 euro gaan verkopen. Er blijft voor haar 2.000 euro extra aan de strijkstok hangen. Die mag zij echter voor marketing of extra service gaan gebruiken, bijvoorbeeld een oplaadkaart ter waarde van 2.000 euro of een extra lange garantie. En tegelijkertijd gaan Europese fabrikanten als BMW, Stellantis en Volkswagen bestookt worden met middenklassers waarvoor niet langer een strafheffing van 35,3 procent geldt. Geen wonder dat het vertrouwen in politici tot het nulpunt is gedaald!
Het is een staaltje geopolitiek van zachte heelmeesters die bang ben dat er anders minder flessen Cognac in China verkocht mogen worden. In de stinkende wond die de komende jaren gaat ontstaan zal de Europese auto-industrie klappen gaan krijgen van een hardheid die tot nu toe onvoorstelbaar is. Omdat China feitelijk onbeperkt toegang krijgt tot onze markt. Dit betekent lagere winsten of zelfs verliezen voor BMW, Stellantis en Volkswagen. En dus minder belastinginkomsten voor Europese overheden. Gevolg: er moet (meer) bezuinigd gaan worden op onderwijs, zorg en veiligheid. Het zijn dus de burgers (en dus ook de automobilisten) die de rekening gaan betalen. Je wordt bedankt Brussel!
