Europese autofabrikanten investeren meer in de ontwikkeling van elektrische auto’s in China dan in modellen die voor de thuisregio bestemd zijn.
Het gaat om een factor 7 verschil. Op termijn gaat dat gegarandeerd banen in de Europese auto-industrie kosten. Dat stellen onderzoekers van de groene lobbygroep Transport & Environment (T&E), die de afgelopen 12 maanden inventariseerden voor welke landen autofabrikanten investeringen aangekondigd hebben. Volkswagen gaat in de lijst aan kop met een geplande investering van ruim 10 miljard euro in een joint venture met het Chinese JAC Motors.
Naar verwachting zal de markt voor elektrische auto’s in China sneller groeien dan in Europa. Dat komt omdat de overheid aldaar vorig jaar al ambitieuze maatregelen voor schonere lucht heeft aangenomen. In het kader van dit beleid zijn er verkoopquota opgesteld voor elektrische voertuigen. De onderzoekers van T&E stellen dat Europese fabrikanten 21,7 miljard euro gaan investeren in emissieloze auto’s en batterijen in China, tegenover 3,2 miljard euro in Europa.
Het ambitieuze klimaatbeleid van China heeft dus een gunstige uitwerking op de werkgelegenheid in dat land, want de harde quota voor elektrische auto’s leveren dankzij de investeringen van de Europese autofabrikanten veel banen op in het Aziatische land. Europa kent geen quota en ze staan ook niet in het nieuwe voorstel van de Europese Commissie. De plannen van BMW dochter Mini illustreren dit het best: in het Britse Oxford zal weliswaar een elektrische versie van de Hatch worden gebouwd, maar dat wordt vanwege de stevige prijsstelling geen volumemodel. Een ‘betaalbare’ emissieloze Mini kunnen wij wel uit China verwachten, want daar zal via een joint venture met Great Wall een goedkopere versie geproduceerd gaan worden.

Dat is te ‘danken’ aan lobbywerk van de Europese branchevereniging voor autofabrikanten, de ACEA. Die draagt al jaren de stelling uit dat een streng emissiebeleid kwalijk is voor de werkgelegenheid. Volgens tellingen van de Europese Commissie is de auto-industrie goed voor 12 miljoen banen in Europa. De klimaatdoelen maken personenwagens een paar duizend euro duurder om te produceren, zo liet de ACEA berekenen. De fabrikanten betwijfelen of dit bedrag volledig doorberekend kan worden aan de consument. Het resultaat is druk op de winst en verzwakking van de concurrentiepositie van de automakers, zo stelt de ACEA.
Maar in het rapport van T&E valt het tegenovergesteld te lezen. China heeft veel ambitieuzere doelen voor elektrisch rijden en daarom hevelen Europese autofabrikanten hun investeringen naar dit land. Dat gaat ten koste van de plannen voor de thuisregio. Daar zullen relatief weinig elektrische auto’s geproduceerd gaan worden. Straks kan de Europese autoconsument die wagens uit China importeren.
Het Chinese ‘new energy vehicle mandate’ schrijft voor dat autofabrikanten een minimum aan elektrische auto’s moeten verkopen (4 procent van de totale afzet in 2020) om genoeg ‘credits’ te verdienen voor modellen met alleen een verbrandingsmotor onder de kap. Halen ze dat niet, dan kunnen ze ‘credits’ bijkopen, maar dat is duur. Minder auto’s verkopen is echter nog kostbaarder.
Het moment van publicatie van het rapport is tactisch gekozen door T&E. Europa werkt op dit moment aan nieuwe CO2-normen door personenauto’s en vrachtwagens. Eind deze maand komen de milieuministers van de EU lidstaten bij elkaar om over het voorstel van de Europese Commissie uit 2017 te praten. Daar staat in dat personenwagens over 7 jaar 15 procent minder CO2 mogen uitstoten dan nu het geval is. Voor 2030 ligt de lat bij 30 procent reductie. Meerdere Europarlementariërs en EU lidstaten, waaronder Nederland, vinden dat dit veel ambitieuzer kan. In het voorstel staat ook dat in 2030 minimaal 15 procent van alle verkochte personenwagens emissievrij (oftewel elektrisch) moet zijn. Maar de straf voor autofabrikanten die dat percentage niet halen, is er op het laatste moment uitgehaald na een succesvolle lobby van de ACEA.
