Stellantis verwacht slecht tweede kwartaal

0

Stellantis, het fusiebedrijf van Fiat Chrysler Automobiles en Peugeot SA, verwacht dat het tekort aan computerchips verstrekkende gevolgen heeft voor de autoproductie het tweede kwartaal.

In de eerste 3 maanden van dit jaar kon er om deze reden 11 procent minder voertuigen worden gebouwd dan gepland. Effectief ging het om een productieverlies van zo’n 190.000 auto’s. Er liepen in het eerste kwartaal niet meer dan 1,567 miljoen voertuigen van de band. Het microchip tekort leidde gelukkig niet tot een omzetdaling, integendeel. Die steeg in het eerste kwartaal namelijk met 14 procent naar 37 miljard euro. Stellantis heeft daarnaast haar het marktaandeel in Europa met 1,5 procent kunnen opvoeren naar 23,5 procent. De totale voorraad onverkochte auto’s, inclusief de exemplaren die bij de dealers staan, kwam per 31 maart uit op 1.234.000 eenheden. Dat is 22.000 stuks minder dan aan het eind van het eerste kwartaal van 2020.

“In het eerste kwartaal waarin het fusiebedrijf Stellantis actief was, hebben wij sterke verkoopresultaten kunnen laten zien met hogere volumes, een positieve prijsontwikkeling en een verbeterde producten mix, ondanks de tegenwind van de wereldwijde chipcrisis”, zegt financieel directeur Richard Palmer. Het bedrijf mikt erop dat de Europese automarkt dit jaar 10 procent zal groeien ten opzichte van 2020 en die in Noord-Amerika met 8 procent. Stellantis verwacht zoals gezegd dat het tekort aan microchips in het tweede kwartaal verstrekkende gevolgen zal hebben voor het bedrijf en denkt dat de onderdelenschaarste op z’n vroegst pas in de tweede helft van dit jaar verandert.

 

Geen CO2-credits van Tesla meer

Stellantis zal, anders dan Fiat Chrysler Automobiles (FCA), geen CO2-credits meer van Tesla kopen. Het fusiebedrijf denkt dit jaar op eigen kracht de CO2-doelstelling van de Europese Unie te kunnen halen en bespaart hierdoor rond de 300 miljoen euro. Tesla verliest met de beslissing een grote branchegenoot waaraan het zijn milieu kredieten kon slijten. Dankzij de verkoop van CO2 credits wist het bedrijf van Elon Musk de afgelopen kwartalen winst te maken. Tesla haalde in het eerste kwartaal 518 miljoen euro aan inkomsten uit de verkoop van de milieu kredieten.

Alle fabrikanten hebben een eigen CO2-norm en krijgen per verkochte auto een boete van 95 euro per gram overschrijding van die grenswaarde. Voor de verkoop van elektrische auto’s krijgen zij zogeheten super credits. Fabrikanten mogen van de Europese Unie samenwerken en voor de uitstoot berekening zowel hun verkoopcijfers samenvoegen als de emissiewaarden middelen. In het afgelopen jaar kocht FCA voor 200 miljoen euro aan credits van Tesla. Naar verwachting bespaart het bedrijf dit jaar circa 300 miljoen euro omdat het fusiebedrijf dankzij de elektrische auto’s van Peugeot SA (én de nieuwe Fiat 500e) kan voldoen aan de gestelde CO2-normen.

 

Giorgio wordt STLA Large

Uit bovenstaande alinea’s valt af te leiden dat het vooral FCA is die profijt heeft bij de fusie met Peugeot SA, maar andersom zijn er (natuurlijk) ook voordelen. Stellantis gaat het hoogwaardige, veel geprezen Giorgio platform namelijk gebruiken voor al haar toekomstige D en E segment auto’s van het bedrijf. De architectuur zal hiertoe worden omgedoopt tot STLA Large en een meer modulaire opzet krijgen; zowel voor wat betreft het formaat auto’s dat van deze bodemsectie gebruik gaat maken als de mogelijkheid om geëlektrificeerde en volledig elektrische varianten te ontwikkelen.

Feitelijk is er dus sprake van ‘Giorgio Evo’. Het platform gaat in de toekomst niet alleen gebruikt worden door Alfa Romeo, maar ook door Maserati, Jeep en uiteindelijk ook wellicht Chrysler, Dodge, Lancia en DS. In eerste instantie zou het om 15 modellen gaan. STLA Large zal echter pas vanaf 2025 pas toegepast kunnen worden voor premium modellen in de segmenten D en E. Voor de volledig elektrische modellen wordt door Carlos Tavares, de topman van Stellantis, een autonomie van 700 à 800 km beloofd.

 

EU organiseert samenwerking om chiptekort tegen te gaan

De Europese Commissie werkt aan een samenwerkingsverband voor de regionale chipindustrie. Doel is om een samenwerkingsverband op te zetten. Daarmee moet de chipindustrie minder afhankelijk worden van grondstoffen die afkomstig zijn van buiten de Europese Unie (lees: die voornamelijk uit China komen).

Thierry Breton, commissaris voor de interne markt van de Europese Commissie, heeft inmiddels gesprekken gevoerd met grote partijen in de chipindustrie. Zo bracht hij een bezoek aan chipproducent TSMC, chipfabrikant Intel, chipmachinefabrikant ASML en de Nederlandse chipfabrikant NXP.

De auto-industrie kampt wereldwijd al langere tijd met een tekort aan microchips. Volgens Breton is een Europees samenwerkingsverband essentieel in de productie van microchips in de EU. “Een collectieve aanpak kan ons helpen onze bestaande sterke punten te benutten en nieuwe kansen te grijpen. Geavanceerde processorchips gaan namelijk een steeds belangrijkere rol spelen voor de industriële strategie en de digitale soevereiniteit van Europa”.

Aan de alliantie moeten zowel bedrijven uit de sector als de academische wereld deelnemen. Verdere details van de samenwerking, dat deel uitmaakt van een groot industrieel plan, hoopt de commissie in de komende weken bekend te kunnen maken.

Reageren is niet mogelijk.