In juli is de Britse autoproductie met 38 procent gedaald tot het laagste niveau sinds 1956. Er rolden in totaal slechts 53.538 auto’s van de band. Vorig jaar juli produceerden de Britse fabrieken nog afgerond 85.000 auto’s. De daling (38 procent) is het gevolg van het tekort aan microchips en de voortdurende coronacrisis, zo meldt de Britse autobrancheorganisatie SMMT (Society of Motor Manufacturers and Traders).
In juli daalde de productie van auto’s die bestemd zijn voor export met 37 procent naar ruim 45.000 eenheden. In dezelfde maand van 2020 waren dat er ruim 72.000 stuks. In de periode januari t/m juli 2021 zijn er 552.361 auto’s van de band gerold. Dat is weliswaar een groei van 18 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, toen de industrie veel hinder ondervond van coronamaatregelen, maar significant onder de in 2019 gerealiseerde output. Meer dan 80 procent van de in Groot-Brittannië gebouwde auto’s is bestemd voor de export. Die exemplaren gaan met name naar landen in de Europese Unie.

In Groot-Brittannië zorgt de zogenoemde deltavariant, een mutatie van het coronavirus, voor een toenemend aantal besmettingen. De Britse regering heeft daarom de maatregelen voor zelf isolatie aangescherpt, wat Mike Hawes, de voorman van SMMT, tevreden stemt. “Hoewel de impact van het aantal besmettingen op de productie zal afnemen, lijkt dat niet het geval met het wereldwijde tekort aan microchips”, aldus Hawes. De Britse autofabrikanten hebben ook te kampen met de zogeheten pingdemic. Dat duidt op een corona-app die een ‘ping’ geeft zodra iemand te dicht in de buurt is geweest van een besmet persoon. Een gepingde werknemer wordt geacht daarna zeker 10 dagen thuis in quarantaine te gaan wat in de autofabrieken tot veel lege plekken aan de banden leidt.
De Britse fabriek van Nissan in Sunderland zag zich al genoodzaakt om de productie te onderbreken, net als bijna alle andere fabrikanten, vanwege het chiptekort. “De regering kan helpen door de huidige ondersteunende maatregelen van voort te zetten”, zegt Hawes. Naast het gebrek aan halfgeleiders en opleving van het coronavirus zorgt de zomervakantie sluiting van de Britse fabrieken volgens de brancheorganisatie ook voor een lagere productie.
Hawes: “Deze cijfers tonen keihard aan met welke buitengewoon moeilijke omstandigheden de Britse autofabrikanten nog steeds te kampen hebben. De gevolgen van de pingdemic beginnen minder te worden nu de regels voor zelf isolatie zijn versoepeld, maar het wereldwijde tekort aan halfgeleiders vertoont nog geen enkel teken van verbetering. De Britse auto-industrie doet alles wat maar mogelijk is om de productielijnen aan de gang te houden. De regering kan helpen door de coronasteun in stand te houden en onze concurrentiekracht te versterken door de energietarieven en OZB te verlagen voor een sector die van strategisch belang is om tot ‘net zero’ te komen’.
