Is 2 euro voor een liter benzine veel? Niet perse

0

De olieprijs heeft de 80 dollar (68 euro) aangetikt. Daardoor worden ook benzine en diesel gestaag duurder. Een liter Euro95 kost op sommige plekken, zoals langs de snelweg, al 2 euro. Maar gecorrigeerd voor de inflatie is de benzineprijs helemaal niet zo hoog. Bovendien zijn auto’s een stuk zuiniger geworden.

Als de olieprijs verder stijgt, dan is te verwachten dat een liter Euro95 nog duurder wordt. “Elke dollar erbij voor de olieprijs komt ruwweg neer op een stijging van de benzineprijs met 1 eurocent”, aldus Paul van Selms, directeur van United Consumers. Het hangt natuurlijk ook mede af van de dollarkoers, want olie wordt in deze munteenheid verrekend.

Mensen laten zich niet weerhouden door de psychologische grens van 2 euro voor een liter Euro95. Ze moeten namelijk toch naar hun werk. Bovendien is de benzineprijs de laatste decennia maar beperkt gestegen als je rekening houdt met inflatie. Daarnaast zijn auto’s aanzienlijk zuiniger geworden. Zo daalde volgens gegevens van de Bovag en de Rai Vereniging het gemiddelde brandstofverbruik van de 50 meest verkochte benzinemodellen sinds 1980 van meer dan 8 liter per 100 kilometer tot ruim 4,5 liter. Bijna een halvering dus. Anders gezegd: 3 decennia geleden kwam je met een gemiddelde benzineauto met een liter benzine nog minder dan 12 kilometer ver, nu is dat al meer dan 21 kilometer.

De adviesprijs die United Consumers publiceert is overigens, zoals de naam al zegt, slechts een advies van oliemaatschappijen. De laatste jaren is de marge voor pomphouders verhoogd, waardoor ze meer korting kunnen geven en toch nog winst kunnen maken, aldus Van Selms. “Daardoor is de prijs die je daadwerkelijk betaalt, in vergelijking met de adviesprijs, vaak lager dan voorheen het geval was. Op snelwegen is dat minder het geval, want daar hebben pomphouders vaak hogere kosten. Verder gaan veel automobilisten niet van de snelweg af om een benzinestation te zoeken, want dat kost tijd, en voor leaserijders maakt het vaak niet uit wat de prijs is want hun baas betaalt”, legt van Selms uit.

De olieprijs is het afgelopen jaar fors gestegen. Een jaar geleden was de prijs voor de toonaangevende Brentolie, die in onder meer Europa als referentiepunt wordt aangehouden, nog maar zo’n 42 dollar en nu is dat dus bijna het dubbele. Dat komt doordat na corona de economie weer aantrekt en daardoor stijgt de vraag naar olie en benzine. Verder speelt mee dat vorig jaar de vereniging van olieproducerende landen OPEC, plus Rusland, besloten heeft om minder olie te gaan produceren. Tijdens de coronapandemie was de olieprijs namelijk juist fors gedaald en als je olie oppompt en verkoopt, dan heb je juist baat bij een hogere prijs.

De grote vraag is uiteraard of de olieprijs verder zal stijgen. De grote Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs heeft in ieder geval de verwachting voor de olieprijs aan het eind van dit jaar verhoogd van 80 naar 90 dollar per vat. Dat betekent dan een Nederlandse benzineprijs van 2,10 euro per liter. “Wij zullen met een hoge olieprijs moeten leren leven. Er is in principe olie genoeg, maar het wordt steeds duurder om het uit de grond te halen, omdat de makkelijk te winnen velden voor een deel al zijn leeggepompt”, zegt Van Selms.

Toch het is de vraag of het loont om meer velden in productie te nemen, zegt energieanalist Jilles van den Beukel. Schalieolie producenten in de Verenigde Staten kunnen in principe vrij snel hun productie opschroeven. Als je een put slaat, dan kun je binnen een half jaar gaan produceren, aldus Van den Beukel. Maar een aantal jaren geleden waren zij te enthousiast met het verhogen van hun productie en toen de olieprijs in het voorjaar van 2020 fors daalde en zelfs even negatief werd, kwamen zij flink in de problemen. Daardoor oefenen investeerders nu druk uit op schalieolie producenten om de productie minder snel te verhogen, zegt van den Beukel. Daarnaast doen de grote oliemaatschappijen, zoals Shell en ExxonMobil, het ook wat rustiger aan met investeren, gaat hij verder. Voor hen duurt het wat langer voor een productielocatie daadwerkelijk olie oplevert. Zij investeren voor een termijn van 10 tot 20 jaar, want zolang kan een olieveld dat volgens de traditionele methode wordt ontwikkeld vaak olie opleveren.

De energietransitie zal de vraag op de wat langere termijn drukken, waardoor het minder aantrekkelijk wordt om nu veel geld te steken in nieuwe oliebronnen. Bovendien is er druk van aandeelhouders, zoals pensioenfondsen, om minder aandacht te besteden aan fossiele brandstof en meer aan alternatieve brandstoffen, zegt Van den Beukel. Toch denkt hij niet dat de olieprijs veel zal stijgen. “Het staat of valt met wat de OPEC en Rusland gaan doen. Je kunt je afvragen of zij er veel belang bij hebben om de olieprijs echt heel ver te laten stijgen”. “Het duurt vaak even voordat de Opec en Rusland wat gaan doen, de noodzaak daartoe is bij hoge olieprijzen minder dan bij lage”, voegt Van Selms daaraan toe. “Maar ze willen natuurlijk niet dat door een hoge olieprijs de vraag naar alternatieve brandstoffen extra wordt gestimuleerd”, zegt hij. Hij denkt dat de olieprijs nog iets kan doorstijgen, naar 83 of 84 dollar per vat.

De olieprijs bepaalt overigens maar ten dele de benzineprijs. De prijs van een liter benzine bestaat voor 41 procent uit accijns en voor nog eens 17 procent uit btw. Slechts 33 procent wordt bepaald door de productiekosten.

Reageren is niet mogelijk.