BMW, Mercedes (destijds DaimlerChrysler genaamd) en Volkswagen (inclusief Audi en Porsche) zijn in 2021, na een schikking met de Europese Commissie, voor 875 miljoen euro beboet voor het maken van gezamenlijke afspraken om bepaalde emissietechnologie alleen aan wettelijke voorwaarden te laten voldoen en niet om elkaar de loef af te steken met innovaties op dit vlak.
Door niet met elkaar te concurreren op milieuvoordelen, werden in de periode 2009 – 2014 de Europese mededingingsregels overtreden, zo stelt de Commissie. Uit documenten blijkt dat er al veel eerder, namelijk vanaf 2006, onderling afspraken werden gemaakt over emissietechnologie. Specifiek ging het daarbij om het terugdringen van NOx, of beter gezegd, het niet té ver terugdringen daarvan. DaimlerChrysler, zoals het moederbedrijf van Mercedes toen nog heette, ontsprong de dans door de onderlinge afspraken (oftewel kartelvorming) in een eerder stadium op te biechten. Nu komt aan het licht dat de fabrikanten al veel eerder met elkaar plannetjes bekokstoofden.
De betreffende documenten zijn onderdeel van de bewijslast in een zaak die in Groot-Brittannië speelt. Uit verschillende interne e-mails rijst het beeld op dat al veel eerder dan 2009 werd overlegd over het manipuleren van emissietechnologie om auto’s slechts minimaal aan milieuvoorwaarden te laten voldoen, terwijl nieuwe technologie veel meer voor het klimaat zou kunnen betekenen. Een ingenieur van Volkswagen vat de gedachten van de autofabrikanten in een mail van 13 oktober 2006 als volgt samen : “uiteindelijk gaat het hierbij niet om technologie”, schrijft hij, “maar om de handigst mogelijke voorstelling van zaken aan de autoriteiten in Brussel”.
De documenten geven inzicht in hoe ver de gesprekken gingen tussen de 3 grote Duitse autoproducenten, en wat het doel daarvan was. In de e-mails staan sappige quotes die gaan over een gezamenlijk verhaal dat de 3 autofabrikanten willen vertellen. Ze willen geen ‘alleingang’ van één van hen, maar willen samen optrekken om een duidelijk verhaal te verkopen aan de buitenwacht.
Dat verhaal ging over een nieuwe technologie (bekend onder de naam AdBlue), waarbij een vloeistof (ureum) in uitlaatgassen van dieselauto’s wordt gespoten om de uitstoot van schadelijke stoffen te reduceren. Hoe meer ureum wordt ingespoten, hoe beter dat is voor het milieu, alleen moest die vloeistof ergens in een tank worden bewaard, en die neemt ruimte in. De fabrikanten besloten daarom de hoeveelheid ureum in een auto te beperken, en daarover te zwijgen tegenover de autoriteiten. Er werd gezamenlijk als ‘smoes’ opgesteld dat het gedoseerde gebruik van AdBlue een gevolg was van de kleine tank en dat zij de consument niet wilden opzadelen met een auto waarin de vloeistof om de haverklap bijgevuld moest worden.
Onder de autoriteiten die op het verkeerde been gezet moesten worden, waren ook de California Air Resources Board (CARB) en het Environmental Protection Agency (EPA), de 2 organisaties die in 2015 het Dieselgate-schandaal bij Volkswagen ontdekten. Het ging daarbij om sjoemelsoftware die herkende wanneer auto’s getest werden om op die momenten de uitstoot te reduceren tot waarden die binnen de wettelijke normen vielen.
Het is nu nog maar de vraag of de betrokken autofabrikanten alsnog problemen kunnen krijgen in Brussel, nu helder is dat zij al langer onderlinge afspraken maakten. Eerder werden ze hiervoor al wel in Zuid-Korea beboet. Daarmee werd eigenlijk al bewezen dat er eerder sprake was van kartelvorming. Omdat de bewijslast afkomstig is uit Groot-Brittannië (dat geen lid is van de Europese Unie), zegt men in Brussel geen partij te zijn in de zaak. Bovendien is het volgens een expert zeer de vraag zijn of een gang naar de rechter over de onderlinge afspraken wel loont voor de Europese Commissie.
