De Europese Unie gaat de voorgestelde importtarieven voor Chinese elektrische auto’s definitief invoeren. Vanaf donderdag zijn de maatregelen van kracht. De tarieven, die bovenop de bestaande invoerheffing van 10 procent komen, variëren per fabrikant van 7,8 tot 35,3 procent.
De maatregel, die 5 jaar geldt, moet Europese autofabrikanten beschermen tegen oneerlijke concurrentie. Volgens ‘Brussel’ verstoort China de markt door zijn autofabrikanten fors te subsidiëren. Daardoor is een ongelijk speelveld ontstaan. SAIC Motor krijgt met 35,3 procent de hoogste heffing, terwijl BYD 17 procent extra moet betalen. Auto’s van Tesla uit China worden 7,8 procent extra belast en voor Geely komt de heffing uit op 18,8 procent.
Sommige Europese autofabrikanten lobbyden tevergeefs tegen de tarieven. Het gaat daarbij met name om BMW, Mercedes en Volkswagen. Zij vrezen dat het conflict hun verkoop in China zal schaden, juist nu ze daar al marktaandeel aan het verliezen zijn. De afgelopen maand troffen de Europese Commissie en de Chinese overheid elkaar regelmatig aan de onderhandelingstafel, maar deze gesprekken hebben dus niet tot overeenstemming geleid. In Brussel blijft men bereid om met China verder te onderhandelen over een alternatief voor de extra invoerheffing.
De Chinese regering wacht dat overleg evenwel niet af en stapt daarom naar wereld handel organisatie WTO om de heffingen aan te vechten. Daar zal zij een klacht indienen bij de geschillencommissie. “China zal alle nodige maatregelen nemen om de legitieme rechten en belangen van Chinese bedrijven met kracht te beschermen”, meldt een woordvoerder van het Ministerie van Economische Zaken. Toch hoopt ook Peking dat de Europese Unie met China wil blijven samenwerken. De eigen economie is aan het afkoelen dus het land heeft de exportmogelijkheid hard nodig.
