Spanje en Frankrijk hebben opnieuw hun steun uitgesproken voor het Europese verkoopverbod vanaf 2035 op nieuwe auto’s met een verbrandingsmotor. Het Europees Parlement stemde 2 jaar geleden al in met deze maatregel, maar Duitsland wakkerde recent de discussie weer aan, met als doel het verbod van tafel te krijgen.
Het verbod op de verkoop van nieuwe auto’s met een verbrandingsmotor, dat 2035 moet ingaan, is ingevoerd door de Europese Unie om de doelstelling van de nul-uitstoot te kunnen halen. Duitsland wil daar nu echter op terugkomen. De Duitse auto-industrie heeft het moeilijk door de toenemende concurrentie uit China en de stijgende productiekosten. Bondskanselier Friedrich Merz pleit daarom voor het schrappen van het verbod. Eerder deze maand zei hij ‘er alles aan te zullen doen’ om de maatregel van tafel te krijgen. Ook de Duitse autosector dringt aan op een versoepeling of volledige afschaffing van de regels.

Voorlopig houdt de Europese Commissie echter vast aan de deadline van 2035. Volgens de huidige wetgeving moet het verbod echter in 2026 worden geëvalueerd. De Commissie is daarom van plan het beleid nog dit jaar opnieuw onder de loep te nemen. Als het aan Spanje en Frankrijk ligt, blijft het verbod op de verbrandingsmotor ongewijzigd. In een brief aan de Europese milieuministers roepen de 2 landen op de maatregel te behouden. Volgens hen mag de Europese Commissie bij de evaluatie in 2026 “in geen geval afbreuk doen aan de doelstelling van de nul-uitstoot tegen 2035”, zo schrijven de 2 lidstaten.
Dat juist Spanje en Frankrijk, in tegenstelling tot Duitsland, wel vasthouden aan het verbod, is opvallend. Frankrijk en Spanje zijn namelijk niet de minste landen, maar 2 grote auto producerende staten. Hun standpunt zorgt voor een splijtzwam tussen de belangrijkste spelers binnen de Europese auto-industrie. Dat maakt het moeilijker voor bondskanselier Merz om steun te vinden voor zijn standpunt. Merz wil het verbod van tafel krijgen, maar heeft daarvoor hulp van andere grote lidstaten nodig.
Hoe stellig de leiders van Spanje en Frankrijk het verbod verdedigen, is nog niet helemaal helder. Beide landen stellen de voorwaarde dat de maatregel de auto-industrie ten goede komt. Wat die kanttekening precies inhoudt, is onduidelijk. Mogelijk willen Frankrijk en Spanje toch ruimte houden voor uitzonderingen.
De kwestie zal ongetwijfeld op tafel liggen bij de Europese top deze week, waar regeringsleiders zich buigen over de klimaatdoelstelling van 2040.
