Mercedes-Benz overweegt om zich bezig te gaan houden met de productie van wapens. Reden is dat de vraag naar de eigen auto’s onder druk staat. Dat meldt topman Ola Källenius in een interview.
Met de stap die Mercedes-Benz overweegt, treedt het bedrijf in de voetsporen van concurrent Volkswagen. Die eveneens Duitse autofabrikant is namelijk in gesprek met de Israëlische defensiefabrikant Rafael om één van zijn fabrieken beschikbaar te stellen voor de productie van onderdelen voor de Iron Dome. Een fabriek in Osnabrück zal dan, in plaats van auto’s met het VW logo, voertuigen produceren die dienen als mobiele luchtverdedigingssystemen.
Källenius lijkt dat voorbeeld nu te willen volgen, omdat “de wereld onvoorspelbaarder” is geworden. “Ik denk dat het zeer duidelijk is dat Europa zijn defensiecapabiliteit moet versterken. “Als wij daar een positieve rol in kunnen spelen, zijn we bereid dat te doen”, aldus de topman.
Zeer concreet zijn de plannen nog niet. Volgens Källenius zal de mogelijke activiteiten van Mercedes-Benz op het gebied van de productie van defensiemateriaal niet van dusdanig niveau zijn dat het een groot onderdeel wordt van het door hem geleide bedrijf. De activiteiten op autogebied blijven namelijk de belangrijkste omzetgenerator. Voor Mercedes zou de uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten overigens niet heel gek zijn. Het bedrijf heeft namelijk al banden met defensie. Het maakt militaire varianten van de G-klasse en militaire trucks worden geproduceerd door de vrachtwagendivisie.
De Duitse auto-industrie verkeert al langer in zwaar weer. Door Chinese concurrentie en een tegenvallende vraag naar elektrische auto’s in de Verenigde Staten, hebben verschillende fabrikanten van personenwagens al moeten reorganiseren. Om toch geld op te halen, wordt er daarom gekeken naar andere bedrijfsactiviteiten. Volkswagen overweegt in dit kader om fabrieken waar de autoproductie stilligt of die met overcapaciteit kampen te verhuren aan Chinese bedrijven.
