Stellantis en de Dongfeng Motor Group hebben een strategische samenwerkingsovereenkomst getekend voor de gezamenlijke productie van één Chinees model in de voormalige Citroën fabriek in Rennes, Frankrijk. Op deze manier kan Dongfeng de invoertarieven van de Europese Unie op in China geproduceerde elektrische voertuigen omzeilen. Stellantis rolt dus de rode loper uit voor de Chinezen, die van plan zijn om de Europese automarkt te veroveren.
Directieleden van Dongfeng bezochten de fabriek in Rennes 2 maal: in januari en in april. De fabriek bouwt momenteel de Citroën C5 Aircross en biedt werk aan ongeveer 1.300 mensen. Vertegenwoordigers van de vakbond stellen dat de fabriek de capaciteit heeft om jaarlijks minstens 40.000 extra voertuigen te produceren zonder dat daarvoor aanzienlijke nieuwe investeringen nodig zijn.
De stap helpt ook om de onderbenutte productiecapaciteit van Stellantis in Europa te verkleinen. Stellantis werkte eerder al samen met Leapmotor om modellen van dit Chinese merk te produceren in de Spaanse fabriek. BYD heeft bevestigd plannen te hebben om Italiaanse fabrieken van Stellantis, waar momenteel geen productie plaats vindt, over te nemen.
Met de komst van Dongfeng in Rennes is sprake van een einde van een tijdperk. De historische Citroën fabriek in Bretagne: Rennes, in 1961 nog ingewijd voor de productie van de Ami 6 door Charles de Gaulle, kleurt nu Chinees.
‘Rennes’ was de eerste fabriek van Citroën buiten de regio Parijs. Na de Ami 6 vanaf 1961 rolden daar vanaf 1967 ook de eerste exemplaren van de Dyane van de band. In 2004 was het feest in Rennes: de fabriek maakte dat jaar zijn 10 miljoenste auto. Maar momenteel is men in Frankrijk in mineur. Met name Stellantis zitten in de verdrukking. De concurrentie uit China is groot. Stellantis verloor niet zozeer klanten omdat autofabrikanten uit dat land lagere prijzen hanteren, maar vooral omdat zij jarenlang modellen van ondermaatse kwaliteit heeft aangeboden. Die klanten hebben gezworen om bijvoorbeeld nooit meer een Citroën te kopen. Stellantis kampt daardoor nu met overcapaciteit.
Na een vorige maand uitgevoerde analyse maakte Stellantis bekend dat zij 4 sites in Europa in de verkoop doet of waarvan de productiecapaciteit gedeeld zouden kunnen worden met Chinese producenten. Primaire gesprekspartner is Dongfeng, dat al jaren samenwerkt Peugeot SA, een van de pijlers onder Stellantis.
In januari en april zijn vertegenwoordigers van Dongfeng langs geweest in Frankrijk. Tijdens die bezoeken zou overeenstemming zijn bereikt over welke productielocaties overgaan in Chinese handen. Een en ander wordt komende week officieel bekendgemaakt. Dongfeng wil minimaal een van zijn modellen in de fabriek in Rennes gaan produceren. De exemplaren die daar van de band gaan rollen, zijn bedoeld voor verkoop in Europa.
Voor Stellantis is dit een oplossing. Onbenutte capaciteit kan op deze manier straks weer gebruikt worden. Dat kan ervoor zorgen dat ook de werkgelegenheid in Rennes op het huidige peil blijft.
Vorige maand maakte Stellantis bekend dat het een andere historische fabriek, de Simca site in Poissy ten westen van Parijs, deels gaat sluiten. Er zullen in de toekomst alleen nog onderdelen worden gemaakt. 500 van de 1.500 banen zullen worden geschrapt. Zo’n scenario lijkt de Citroën fabriek in Rennes dus bespaard te blijven.
Voor de Chinezen is de deal met Stellantis een belangrijke stap. Dongfeng, in Nederland bekend van de Box, wil net diverse andere autofabrikanten uit het grote Aziatische land voet aan de grond krijgen in Europa. Dat dit tot nu toe niet lukt, heeft niet alleen te maken met de slechte crashbestendigheid van de Box, maar ook met het feit dat de Europese Unie importheffingen heeft ingesteld op Chinese elektrische auto’s. Als Dongfeng nu in Frankrijk auto’s gaat produceren voor de Europese markt, hoeft zij die invoerbelasting niet te betalen.
Stellantis zit overigens niet alleen met Dongfeng om tafel. Om risico’s te spreiden, gaat er ook samengewerkt worden met Leapmotor. Verder overlegt Stellantis met BYD. Dat Chinese autoconcern zou ook belangstelling hebben voor productiesites van Stellantis in Europa, om zo aan de heffingen van de Europese Unie te ontkomen. “Wij bestuderen alle beschikbare fabrieken in Europa waar overcapaciteit is”, zei Stella Li, topvrouw van BYD, vorige maand. “We praten niet alleen met Stellantis, maar ook met andere fabrikanten”.
