Ruim de helft van de bedrijven ervaart weerstand van medewerkers bij de overstap naar volledig elektrisch rijden. Vooral het ontbreken van laadmogelijkheden thuis en/of onderweg maakt elektrificatie lastig. Dat blijkt uit onderzoek van leasemaatschappij Arval BNP Paribas onder mobiliteitsbeslissers.
Bij 55 procent van de onderzochte bedrijven maken de wensen van medewerkers het lastig om volledig over te stappen op elektrisch rijden. Vooral praktische bezwaren spelen een rol. Zo noemt 31 procent het gebrek aan laadmogelijkheden thuis als grootste obstakel. Een kwart wijst op problemen voor veelrijders die onderweg onvoldoende (snel) kunnen laden. Mogelijk verklaart dat waarom een derde van de werkgevers verwacht dat auto’s met een benzine- of dieselmotor de komende jaren onderdeel blijven van hun wagenpark.
De invoering van de pseudo-eindheffing beïnvloedt de keuzes die bedrijven maken. Vanaf 1 januari betalen werkgevers 12 procent extra belasting over de cataloguswaarde van auto’s met een benzine- of dieselmotor indien werknemers die ook privé mogen gebruiken. Voor bestaande contracten geldt overgangsrecht.
Een deel van de bedrijven probeert daar nog gebruik van te maken, zo blijkt uit het onderzoek. Eén op de vijf (21 procent) werkgevers is bewust van plan om vóór 1 januari 2027 een nieuw contract af te sluiten voor een auto met een verbrandingsmotor. Nog eens 47 procent overweegt dat. Bijna de helft (49 procent) stelt beslissingen over het wagenpark uit in afwachting van mogelijk uitstel van de maatregel. 9 procent wil sowieso auto’s met een verbrandingsmotor (voorzien van hybride techniek) behouden.
Ondertussen is de overstap naar elektrisch rijden bij veel bedrijven al in gang gezet. Ruim de helft (55 procent) wil sneller elektrificeren dan de wet voorschrijft. Zo is 23 procent van plan het wagenpark versneld elektrisch te maken en biedt één op de vijf organisaties inmiddels uitsluitend volledig elektrische leaseauto’s aan.
Voor personeel dat niet volledig elektrisch kan of wil rijden, kijken werkgevers ook naar andere vormen van vervoer. Bijna een derde overweegt alternatieven voor de traditionele leaseauto. Het gaat onder meer om mobiliteitsbudgetten (13 procent), OV-abonnementen of fietsen (11 procent) en deelauto’s (7 procent).
