In het Verenigd Koninkrijk heeft de regering van Boris Johnson besloten om minder subsidie te verlenen voor de aankoop van een elektrische auto. Ook de maximale aanschafprijs om in aanmerking te komen voor de bonus wordt naar beneden bijgesteld.
De wijziging gaat met onmiddellijke ingang in. Dit betekent dat de koopsubsidie wordt verlaagd van 3.000 pond (3.500 euro) naar 2.500 pond (2.900 euro). Bovendien mag de auto nu nog maar 35.000 pond kosten (40.800 euro) om in aanmerking te komen voor de subsidie. Voorheen was dat nog 50.000 pond (58.000 euro) was.
Volgens de Britse regering wordt de steunmaatregel beperkt om hem langer in te kunnen inzetten. Met andere woorden: de subsidie had te veel succes en kostte de overheid meer dan verwacht verwacht. In 2020 werden er namelijk 3 keer zoveel elektrische personenwagens verkocht in het Verenigd Koninkrijk dan in het jaar daarvoor. De regering van Bors Johnson is ook van mening dat er inmiddels veel meer keuze is in de lagere prijscategorieën voor een elektrische auto, waardoor het niet meer nodig is om een exemplaar te kopen van meer dan 35.000 pond.
De beslissing van de Britse regering om de koopsubsidie te verlagen, stuit natuurlijk op weerstand. De Britse autobranche vereniging SMMT (Society of Motor Manufacturers and Traders) spreekt van “de verkeerde maatregel op het verkeerde moment”, ook omdat het Verenigd Koninkrijk van plan is de verkoop van auto’s met enkel een verbrandingsmotor in 2030 te verbieden. Maar de lobbygroep vindt het natuurlijk vooral jammer dat er nu minder modellen met een hoge marge verkocht zullen worden. Maar de regering van Boris Johnson vindt het niet terecht dat de belastingbetaler meebetaalt voor mensen die zich een auto’s van meer dan 50.000 euro kunnen veroorloven.
Een van de constructeurs die benadeeld wordt door de verlaging van de maximumprijs voor de subsidie is Tesla, dat geen modellen in haar assortiment heeft die in het Verenigd Koninkrijk minder dan 35.000 pond kosten. Het merk zou nog geprobeerd hebben te lobbyen voor een hogere belasting op verbrandingsauto’s en hybride modellen om de subsidie te kunnen blijven financieren. Maar de Amerikanen vingen bot en moeten nu dus afwegen of het de moeite waard is een model voor minder dan bovengenoemde drempelwaarde aan te bieden op de Britse markt. Volvo staat voor een vergelijkbaar dilemma. Die deed afgelopen maand uitstekende zaken met de elektrische versie van de XC40 in Groot-Brittannië, maar is nu eigenlijk niet in staat om een uitvoering aan te bieden die minder dan 35.000 pond (40.800 euro) kost.
Het totale subsidiebedrag blijft hetzelfde, maar wordt over een veel langere periode uitgespreid. Dat betekent dan wel dat er volgend jaar geen extra geld voor uitgetrokken hoeft te worden. Directeur Mike Hawes van de SMMT is not amused over de wijziging. “Nieuwe batterijtechnologie is duurder dan conventionele motoren en subsidies zijn essentieel om deze voertuigen betaalbaar te maken voor de klant. De bijdrage en beschikbaarheid afkappen, zet ons weer verder op achterstand vergeleken met andere markten die de steun juist opvoeren. Dit is een verkeerde boodschap aan de consument, in het bijzonder de particuliere rijder, en aan een autosector die wordt uitgedaagd om de ambities van de regering waar te maken”.
Edmund King, de voorzitter van de AA ofwel de Britse ANWB, is realistischer: “Dit is slecht nieuws uiteraard, hoewel de meeste kopers van een elektrische auto wel wisten dat de ‘free ride’ niet eeuwig zou duren”.
