Als Eurocommissaris voor Klimaat in de nieuwe Europese Commissie wil Wopke Hoekstra vasthouden aan de in 2035 van kracht wordende ban op de verkoop van nieuwe benzine- en dieselauto’s. Er is kritiek op dit voornemen, niet in de laatste plaats van Duitse autofabrikanten, maar Hoekstra wil het beleid doorzetten. Ondanks zijn stellingname dat de strengere uitstootregels voor auto’s niet van tafel gaan, wil hij in gesprek gaan met bedrijven als BMW, Mercedes en Volkswagen.
Het verkoopverbod op nieuwe benzine- en dieselauto’s moet in 2035 ingaan. Dat is inmiddels wettelijk geaccordeerd. Maar op het verbod is vanuit de auto-industrie flinke kritiek gekomen. Ook verschillende lidstaten van de Europese Unie, met name landen met veel fabrieken die auto’s produceren, hebben een kritische houding aangenomen.
Auto’s met eem verbrandingsmotor vormen dus een heet hangijzer voor Hoekstra. Europarlementariërs wijzen erop dat Italië en Tsjechië willen dat ‘Brussel’ opnieuw naar het verbod gaat kijken nu autofabrikanten te maken hebben met toenemende concurrentie vanuit China en een tegenvallende vraag naar elektrische auto’s. Daardoor kan de transitie naar ‘groene mobiliteit’ in gevaar komen, zo vrezen diverse lidstaten van de Europese Unie.
Maar Hoekstra laat weten dat hij ook andere geluiden uit de auto-industrie hoort. “Veel van de CEO’s van fabrikanten die ik spreek, zeggen dat ze de doelen kunnen halen”, zei hij, terwijl hij geen namen noemde (maar het zou kunnen gaan om de topmannen van Renault en Volvo). Hoekstra zegt dat hij met de auto-industrie in gesprek blijft “om duidelijk te maken hoe we de groene toekomst vorm kunnen geven, hoe Europa zich aan de doelstellingen kan houden en hoe er niet getornd wordt aan voorspelbaarheid”. Wel erkent Hoekstra dat er sprake is van enkele uitdagingen voor de auto-industrie. Zo vragen de fabrikanten bijvoorbeeld om meer publieke investeringen in de laadinfrastructuur in lidstaten van de Europese Unie. “Dat is een terechte vraag”, vindt Hoekstra.
De Europese Commissie heeft eerder gesteld dat het de voorwaarden rondom de doelstelling van 2035 marginaal wil aanpassen. Zo blijft het toegestaan auto’s te verkopen die rijden op e-brandstoffen, dus modellen die klimaat-neutraal zijn. Met name Porsche is een groot voorstander van een geitenpaadje voor dergelijke auto’s. Maar e-brandstoffen zijn peperduur en dus geen optie voor de doorsnee burger in de Europese Unie. Op de vraag van wetgevers of Brussel ook een grotere rol voor biobrandstoffen overweegt, zei Hoekstra: ‘Wat ik niet kan doen, is een proces dat lang heeft geduurd om voordat er consensus was, open te breken. En dus reeds gemaakte afspraken op het gebied van de verkoop van nieuwe auto’s weer ter discussie te stellen”.
Diverse autofabrikanten, met name Ford, Mercedes en Volkswagen hebben gewaarschuwd dat zij volgend jaar niet kunnen voldoen aan de CO2-limieten voor auto’s die in de Europese Unie verkocht worden en dat zij zich schrap zetten voor mogelijk miljarden euro’s aan boetes. Hoekstra vindt die angst echter overdreven omdat de boetes die autofabrikanten in dit kader eerder (2020) opgelegd hebben gekregen in de praktijk relatief laag waren. Volkswagen moest toen slechts 100 miljoen euro betalen. Voor een bedrijf dat doorgaans miljardenwinsten maakt, is dat een peulenschil. Maar Hoekstra vergeet dat die boetes enkel en alleen zo laag waren omdat bijvoorbeeld de emissierechten van Tesla en MG werden opgekocht. Fabrikanten die veel auto’s met een verbrandingsmotor verkopen, zeggen dat nu niet te willen of kunnen doen.
